Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/179
179 Internationale markt
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS369062:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
De onderzoekers concluderen: ‘het verband tussen convergentie van beloningen en internationale mobiliteit is dus niet duidelijk aanwezig.’ CPB 2010, p. 40/41. Het onderzoek dat in 2010 verscheen richt zich met name op de periode 1999-2005 en heeft betrekking op ongeveer 600 grote ondernemingen in Nederland waaronder de grote beursgenoteerde ondernemingen. Opgemerkt dient te worden dat het CPB hier doelt op de mobiliteit tussen landen, dus niet alleen bestuurders van buiten de onderneming maar tevens van buiten Nederland. Als we kijken naar de referentiegroepen van Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen, dan bestaan deze voor het overgrote deel uit niet-Nederlandse ondernemingen. De mobiliteit van bestuurders van buiten Nederland die plaatsnemen in Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen en vice versa is dus essentieel voor het verklaren van het gebruik van de huidige referentiegroepen.
Zie het rapport van Bolchover 2013. Het onderzoek heeft betrekking op een analyse van CEO benoemingen in 2012 van de Fortune Global 500, een jaarlijke ranking van de top 500 ondernemingen wereldwijd, gemeten aan omzet.
Marijn Dekker (afkomstig uit Tilburg) was van 2002-2009 CEO van het Amerikaanse bedrijf Thermo Fisher Scientific en vertrok in 2010 naar het Duitse Bayer. Bolchover 2013, p. 10.
Bolchover 2013, p. 7-9.
Als naar Nederland wordt gekeken, dan zijn er (ondanks een afname in het beloningsverschil met bijvoorbeeld de Angelsaksische landen) volgens de berekeningen van het CPB sinds 1999 niet meer buitenlandse bestuurders toegetreden tot de top van het Nederlandse bedrijfsleven. Het aandeel buitenlandse bestuurders is min of meer constant gebleven en is zelfs wat afgenomen.1 Er lijkt derhalve geen sprake te zijn van een steeds groter wordende internationale markt voor bestuurders. Tot eenzelfde conclusie komt David Bolchover in een studie naar de mobiliteit van bestuurders wereldwijd.2 Er is slechts één CEO die van het ene continent (Noord-Amerika) naar het andere (Europa) ging en dat was een Nederlander.3 Geen van de CEO’s van de wereldwijde Fortune 500 ondernemingen uit de VS was afkomstig van buiten de VS. In heel West-Europa waren er slechts 4 CEO’s – goed voor 2,6% van het totaal aantal West-Europese CEO’s uit het onderzoek – die overstapten vanuit een ander land, waar ze dezelfde functie vervulden.4