Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van 10 september 2021 (Voorgeleiding/toetsingsdossier), 21 september 2021 (Raadkamerdossier), 13 oktober 2021 (Vervolg dossier) en 12 december 2021 (Einddossier), onderzoeksnummer MD4R021089, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 328. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
Rb. Midden-Nederland, 20-02-2023, nr. 16.242333.21
ECLI:NL:RBMNE:2023:669
- Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
- Datum
20-02-2023
- Zaaknummer
16.242333.21
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBMNE:2023:669, Uitspraak, Rechtbank Midden-Nederland, 20‑02‑2023; (Eerste aanleg - meervoudig)
Uitspraak 20‑02‑2023
Inhoudsindicatie
Veroordeling voor poging tot doodslag door het steken met een mes tot een gevangenisstraf van 20 maanden. Overwegingen betrouwbaarheid verklaringen getuige en aangever. Voorwaardelijk opzet. Toewijzing vordering benadeelde partij.
Partij(en)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16.242333.21 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 20 februari 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1967 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] , [woonplaats] ,gedetineerd in [verblijfplaats] ,
hierna: verdachte.
1. ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 februari 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. H.J. Lambers en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. A.W. Syrier, advocaat te Utrecht, alsmede de benadeelde partij [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) en zijn advocaat, mr. G.S. Jongstra, advocaat te Almere, naar voren hebben gebracht.
2. TENLASTELEGGING
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er in het kort op neer dat verdachte:
primair: op 9 september 2021 te Utrecht heeft geprobeerd [slachtoffer] van het leven te beroven door hem te steken met een mes;
subsidiair is dit ten laste gelegd als het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel;
meer subsidiair is dit ten laste gelegd als een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
3. VOORVRAGEN
De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4. WAARDERING VAN HET BEWIJS
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft een integrale vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Verdachte ontkent dat hij een mes in zijn handen heeft gehad en heeft gestoken. De verklaringen van [slachtoffer] en de verklaringen van de getuige [getuige 1] zijn onbetrouwbaar en moeten daarom worden uitgesloten van het bewijs. Zij hebben namelijk innerlijk tegenstrijdige en wisselende verklaringen afgelegd. De verklaring van getuige [getuige 2] is onvoldoende duidelijk, maar sluit de lezing van verdachte niet uit. De lezing van verdachte dat [slachtoffer] zichzelf heeft verwond met het voorwerp dat hij vasthad toen verdachte een fiets naar hem gooide, kan op basis van het dossier dus niet met voldoende mate van zekerheid worden uitgesloten.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag van [slachtoffer] . De rechtbank licht haar oordeel hierna toe.
Bewijsmiddelen1.
Een proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer] , zakelijk weergegeven:
Ik doe aangifte van poging doodslag. Op 9 september 2021 heeft een persoon mij ter hoogte van mijn hartstreek gestoken met een mes. Hij heeft geprobeerd mij meerdere keren te steken met een mes. Dit incident heeft plaatsgevonden op [locatie] te Utrecht.2.
Een letselrapportage forensische geneeskunde GGD regio Utrecht, zakelijk weergegeven:
Naam: [slachtoffer]
Geboortedatum: [geboortedatum 2] -1986
Datum letselonderzoek: 28 september 2021
Samenvatting medische informatie:3.
Is van 09 tot 15-09-2021 opgenomen geweest op traumatologie UMCU.
Onderzoek: Diepe steekwond linker borstkas met pijn en benauwdheid, waarbij kwetsuur linker borstspier, gebroken vijfde rib links en klaplong links. Thoraxdrain gehad.
Samenvatting letsel:
Steekwond linker borstkas met klaplong links voor
Oppervlakkige steekwond binnenzijde rechter onderarm.4.
Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , zakelijk weergegeven:
[verdachte] trok een mes. [verdachte] deed een paar steekbewegingen naar die jongen toe.5.[verdachte] was de eerste die stak.6.
De verklaring verdachte ter terechtzitting van 6 februari 2023:
Ik had een woordenwisseling met een donkere man. We stonden eerst bij de bankjes. Die man had toen geen bloed op zijn borst. Vervolgens liep ik weg. Hij kwam achter mij aan. Ook toen zag ik nog geen bloed bij hem. We stonden tegenover elkaar. Opeens zag ik dat hij bloed op zijn borst had.7.
Bewijsoverwegingen
Betrouwbaarheid getuige [getuige 2]
De rechtbank is van oordeel dat de getuige [getuige 2] een betrouwbare getuige is. [getuige 2] heeft op drie momenten een verklaring afgelegd: als eerste op 9 september 2021 – de dag van het incident – tegen de verbalisanten die ter plaatse kwamen, de tweede keer is hij verhoord door de politie in de penitentiaire inrichting op 1 november 2021 en het derde verhoor was op 15 december 2022 bij de rechter-commissaris. [getuige 2] heeft op al deze momenten een consistente en eenduidige verklaring afgelegd over wat hij heeft gezien op 9 september 2021. De rechtbank ziet dat de verbalisanten hebben opgeschreven dat [getuige 2] op 9 september 2021 onder invloed van verdovende middelen leek te zijn. Op 1 november moet hij echter nuchter zijn geweest, omdat hij op dat moment in de gevangenis verbleef. Daarom vindt de rechtbank zijn verklaring voldoende betrouwbaar om deze tot het bewijs te gebruiken.
Betrouwbaarheid verklaringen [slachtoffer]
De rechtbank is eveneens van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] tot het bewijs kan worden gebruikt. De verklaring van [slachtoffer] is consistent over het deel dat de rechtbank gebruikt als bewijsmiddel. [slachtoffer] heeft van het begin af aan, namelijk vanaf het moment dat de politie op 9 september 2021 ter plaatse kwam, en in alle navolgende verklaringen, verklaard dat hij met een mes in zijn borst ter hoogte van zijn hartstreek is gestoken. De rechtbank is van oordeel dat de betrouwbaarheid voor dit onderdeel van zijn verklaring daarmee is gegeven, temeer nu deze verklaring ondersteuning vindt in het geconstateerde letsel.
Voorwaardelijk opzet
Poging tot doodslag kan alleen bewezen worden verklaard, indien verdachte opzet heeft gehad op het overlijden van het slachtoffer. Dat verdachtes handelen gericht was op de dood van het slachtoffer, oftewel dat hij vol opzet had, is niet gebleken. Daarmee rijst de vraag of sprake was van voorwaardelijk opzet.
Voor het aannemen van voorwaardelijk opzet op de dood is vereist dat de aanmerkelijke kans bestond dat het slachtoffer als gevolg van de messteek in zijn borst kwam te overlijden. De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan deze kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard.
Verdachte heeft het slachtoffer in de borst gestoken. [slachtoffer] had daarnaast een steekwond aan de binnenzijde van de rechteronderarm, zodat de rechtbank aanneemt dat verdachte hem meerdere keren met een mes heeft gestoken. Als gevolg van één van de messteken is een diepe wond in de linkerborst ontstaan, waardoor het slachtoffer een klaplong heeft gekregen. Dit betekent dat verdachte hem met kracht met het mes in de borst heeft gestoken, een plaats waar zich vitale organen – hart en longen – bevinden. Door deze gedraging ontstond de aanmerkelijke kans op dodelijk letsel bij [slachtoffer] . Het meermalen steken met een mes waaronder het met kracht steken in de borst is naar het oordeel van de rechtbank naar de uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op het toebrengen van dodelijk letsel, dat verdachte met deze gedragingen de aanmerkelijke kans op de dood van [slachtoffer] ook bewust heeft aanvaard. Het tenlastegelegde opzet is daarmee wettig en overtuigend bewezen.
De lezing van verdachte, dat [slachtoffer] mogelijk zichzelf heeft verwond op het moment dat verdachte de fiets naar hem gooide, wordt weersproken door de inhoud van de bewijsmiddelen.
5. BEWEZENVERKLARING
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
op 9 september 2021 te Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] eenmaal met een mes in de borst heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.
6. STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:
poging tot doodslag.
7. STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
8. OPLEGGING VAN STRAF
8.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 20 maanden, met aftrek van het voorarrest.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.
8.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot doodslag van het slachtoffer [slachtoffer] . In de nacht van 9 september 2021 is er tussen verdachte en het slachtoffer een woordenwisseling geweest. Deze woordenwisseling ging over geld, een briefje van 20 euro, dat verdachte niet aan het slachtoffer wilde teruggeven. Het is verdachte geweest die tijdens die woordenwisseling begon met het gebruiken van geweld. Verdachte heeft het slachtoffer gestoken met een mes. Het slachtoffer is diezelfde dag nog overgebracht naar het ziekenhuis, waar hij aan zijn verwondingen moest worden geopereerd. De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij het slachtoffer zulk zwaar letsel heeft toegebracht. Uit de verklaring van het slachtoffer ter zitting volgt dat de gevolgen van het steekincident nog steeds dagelijks merkbaar zijn. Dat geeft blijk van de heftigheid van het feit. Het is die nacht echter niet bij één messteek gebleven. Nadat het slachtoffer was gestoken, heeft hij van een omstander een mes gekregen en is met dat mes vervolgens flink tekeer gegaan tegen verdachte. Verdachte is daardoor ook zelf ernstig gewond geraakt en moest eveneens in het ziekenhuis met spoed aan zijn verwondingen worden geopereerd.
Persoon van de verdachte
Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook gekeken naar:
- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 31 januari 2023;
- een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 10 oktober 2022.
De rechtbank ziet geen bijzondere persoonlijke omstandigheden, waarmee rekening moet worden gehouden bij de strafmaat. De rechtbank houdt er bij het opleggen van de straf wel rekening mee dat verdachte na het plegen van het bewezenverklaarde is veroordeeld voor meerdere vermogensdelicten tot gevangenisstraffen van korte duur. De rechtbank heeft de voorschriften toegepast die gelden voor de situatie waarin verdachte een straf zou zijn opgelegd voor alle feiten tegelijk.
Strafoplegging
De rechtbank is van oordeel dat het doen van een poging tot het opzettelijk beroven van het leven van het slachtoffer in principe rechtvaardigt dat aan verdachte een straf wordt opgelegd waarbij hem een lange tijd zijn vrijheid wordt ontnomen. De rechtbank acht het van belang dat verdachte degene is geweest die als eerste met een mes heeft gestoken, maar de rechtbank houdt ook rekening met het feit dat verdachte zelf ernstig gewond is geraakt als gevolg van het daaropvolgende handelen van het slachtoffer. De rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf conform de eis van de officier van justitie passend is en legt aan verdachte op een gevangenisstraf van 20 maanden, met aftrek van voorarrest.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Voorlopige hechtenis
De voorlopige hechtenis van verdachte is geschorst vanaf 20 oktober 2021. De rechtbank neemt geen nadere beslissing over de voorlopige hechtenis. Dit betekent dat de schorsing daarvan voortduurt totdat deze beslissing onherroepelijk is geworden.
9. BESLAG
Teruggave aan verdachte
De rechtbank zal, zoals ook door de officier van justitie en de raadsman verzocht, teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, te weten 2 STK Broek (G2873457).
10. BENADEELDE PARTIJ
[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 6.310,-. Dit bedrag bestaat uit € 310,- materiële schade en € 6.000,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.
10.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
10.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, omdat de verdediging vrijspraak van het ten laste gelegde heeft bepleit.
10.3
Het oordeel van de rechtbank
Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde rechtstreeks schade heeft geleden tot het hierna vermelde bedrag.
Materiële schade
De benadeelde partij vordert een bedrag van € 310,- aan materiële schade. Deze schade betreft de vergoeding van de kosten voor de ziekenhuisopname, omdat benadeelde zorg nodig had voor zijn verwondingen die hij opliep als gevolg van het bewezenverklaarde feit. De rechtbank ziet dat dit bedrag is ingediend conform de Richtlijn ziekenhuisdaggeldvergoeding van de Letselschaderaad 2021 en zal het bedrag daarom toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 september 2021.
Immateriële schade
De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij aanspraak maakt op vergoeding van de immateriële schade op grond van artikel 6:106 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Deze vergoeding kan worden toegekend indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast.
Uit het dossier volgt dat [slachtoffer] lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van het bewezenverklaarde feit. Het gaat om een klaplong, het plaatsen van een thoraxdrain, een gebroken rib, schaafwonden en blijvende littekens van de steekwonden.
De rechtbank waardeert deze immateriële schade op € 6.000,-, zoals gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 september 2021.
Schadevergoedingsmaatregel
Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 6.310,- te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 9 september 2021 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 66 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.
Proceskosten
Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
11. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 63 en 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
12. BESLISSING
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
Oplegging straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 20 maanden;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
Beslag
- gelast de teruggave aan verdachte van het volgende voorwerp:
2 STK Broek (G2873457);
Benadeelde partij
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 6.310,-, bestaande uit € 6.000,- immateriële schade en € 310,- materiële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 september 2021 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 6.310,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 september 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 66 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Brouwer, voorzitter, mr. A.A.T. Werner en mr. A. Maas, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.M. Dijkstra, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 februari 2023.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 9 september 2021 te Utrecht, althans in Nederland, teruitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer]van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal,met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, (met kracht) in de borsten/of hartstreek, althans het (boven)lichaam, heeft gestoken en/of gesneden, terwijlde uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:
hij op of omstreeks 9 september 2021 te Utrecht, althans in Nederland, aan [slachtoffer]opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten (een) steekverwonding(en)en/of (een) litteken(s) op de borst en/of hartstreek, althans het (boven)lichaam,heeft toegebracht door (met kracht) die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, meteen mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de borst en/of hartstreek,althans het (boven)lichaam, te steken en/of snijden.
( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht ofzou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 9 september 2021 te Utrecht, althans in Nederland, teruitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer]opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer]meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntigvoorwerp, (met kracht) in de in de borst en/of hartstreek, althans het(boven)lichaam heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van datvoorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 20‑02‑2023
Een proces-verbaal van verhoor aangever van november 2021, pagina 266.
Een geschrift, inhoudende een letselrapportage forensische geneeskunde GGD regio Utrecht van 28 september 2021, opgemaakt door F. Woonink, forensisch arts KNMG, pagina 260.
Een geschrift, inhoudende een letselrapportage forensische geneeskunde GGD regio Utrecht van 28 september 2021, opgemaakt door F. Woonink, forensisch arts KNMG, pagina 261.
Een proces-verbaal van verhoor getuige van 1 november 2021, pagina 200.
Een proces-verbaal van verhoor getuige van 1 november 2021, pagina 201.
Een proces-verbaal ter terechtzitting van 6 februari 2023.