De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/322:322 Verhouding bezoldigingsbeleid en individuele bezoldiging
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/322
322 Verhouding bezoldigingsbeleid en individuele bezoldiging
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS371427:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 9a lid 2 Richtlijn (EU) 2017/828.
Art. 9a lid 2 Richtlijn (EU) 2017/828.
Art. 9a lid 4 Richtlijn (EU) 2017/828. Het remuneratierapport moet informatie bevatten over de in dergelijke uitzonderlijke omstandigheden toegekende bezoldigingen, zie Richtlijn (EU) 2017/828, overweging 30.
137 Denk bijvoorbeeld aan een welkomstbonus of een vergoeding voor een vanwege zijn komst verloren gegane lange termijn beloning bij de oude werkgever.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De individuele bezoldiging van bestuurders dient in overeenstemming te zijn met het goedgekeurde bezoldigingsbeleid.1 Indien er nog geen bezoldigingsbeleid is goedgekeurd en de AVA het voorgestelde beleid niet goedkeurt, kan de vennootschap haar bestuurders blijven bezoldigen overeenkomstig de bestaande praktijk en legt zij op de volgende algemene vergadering een herzien beleid ter goedkeuring voor. Bestaat er al wel een goedgekeurd bezoldigingsbeleid en keurt de AVA het voorgestelde nieuwe beleid niet goed, dan bezoldigt de vennootschap haar bestuurders overeenkomstig het bestaande goedgekeurde bezoldigingsbeleid en legt zij op de volgende algemene vergadering een herzien beleid ter goedkeuring voor.2
De lidstaten kunnen vennootschappen in uitzonderlijke omstandigheden toestaan om tijdelijk van het bezoldigingsbeleid af te wijken. In het beleid moet dan wel zijn bepaald onder welke procedurele voorwaarden de afwijking kan worden toegepast en van welke onderdelen van het beleid kan worden afgeweken. Van deze uitzonderlijke omstandigheden is overigens niet zomaar sprake. Hieronder worden uitsluitend begrepen situaties waarin de afwijking van het bezoldigingsbeleid noodzakelijk is om de lange termijn belangen en duurzaamheid van de vennootschap als geheel te dienen of haar levensvatbaarheid te garanderen.3
In het voorstel uit 2014 was in art. 9a nog expliciet opgenomen dat de vennootschap bij het aantrekken van nieuwe leden voor de raad van bestuur kan beslissen aan een individuele bestuurder een bezoldiging toe te kennen die niet in overeenstemming is met het bezoldigingsbeleid.4 Daarvoor was wel vereist dat deze individuele bezoldiging was goedgekeurd door de AVA. De individuele bezoldiging kon in dat geval alvast voorwaardelijk worden toegekend in afwachting van goedkeuring van de aandeelhouders. Deze explicitering is niet meer terug te vinden in de herziene aandeelhoudersrechtenrichtlijn.