Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/142
142 Waarom wel?
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS369054:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
In de VS worden commissarissen aangemoedigd om aandelen te hebben in de vennootschap waar ze toezicht op houden. Een typische commissaris houdt desalniettemin slechts 0.005% van het uitstaande aandelenkapitaal. De persoonlijke kosten voor deze commissaris om een bestuurder $5 miljoen extra als bezoldiging toe te kennen, bedraagt dus slechts $250. In Nederland leeft de overtuiging dat het beter is dat commissarissen geen aandelen hebben in de vennootschap waar ze toezicht op houden. Zie bijvoorbeeld bepaling 2.1.8(vi) Code 2016, waarin staat dat een commissaris niet als onafhankelijk wordt aangemerkt als hij meer dan 10 procent van de aandelen in het kapitaal van de vennootschap houdt. Zie ook bepaling 3.3.2 Code 2016, waarin staat dat aan een commissaris bij wijze van bezoldiging geen aandelen of rechten op aandelen worden toegekend.
Brief van Warren Buffet aan de aandeelhouders van Berkshire Hathaway over 2003, p. 7/8. Zie https://www.berkshirehathaway.com/letters/2003ltr.pdf (laatst bezocht op 5 augustus 2017).
Bebchuk en Fried behandelen tevens het idee van Fama en Jensen dat commissarissen er bij gebaat zouden zijn om bekend te staan als goede ‘safeguards’ van de belangen van de aandeelhouder. Bebchuk & Fried 2004, p. 35/36.
Tegenover de verschillende financiële en niet-financiële prikkels van commissarissen om niet op het scherpst van de snede te onderhandelen met bestuurders, staan weinig prikkels om wel op armlengte te onderhandelen. Aangezien commissarissen weinig of geen aandelen bezitten in de onderneming waarop ze toezicht houden, ontvangen zij geen effectieve financiële prikkel om namens de onderneming te onderhandelen als ware het hun eigen geld.1 Zoals Warren Buffet benadrukt in zijn brief aan de aandeelhouders van Berkshire Hathaway:
“It’s understandable how pay got out of hand. When management hires employees, or when companies bargain with a vendor, the intensity of interest is equal on both sides of the table. One party’s gain is the other party’s loss, and the money involved has real meaning to both. The result is an honest-to-God negotiation. But when CEOs (or their representatives) have met with compensation committees, too often one side – the CEO’s – has cared far more than the other about what bargain is struck. A CEO, for example, will always regard the difference between receiving options for 100,000 shares or for 500,000 as monumental. To a comp committee, however, the difference may seem unimportant – particularly if, as has been the case at most companies, neither grant will have any effect on reported earnings. Under these conditions, the negotiation often has a “play-money” quality.”2
De belangrijkste prikkel die een commissaris heeft om niet te kwistig te zijn met de tegoeden van de onderneming, komt voort uit de reputatieschade die de commissaris zou kunnen lijden. De kans op reputatieschade op basis van het vaststellen van de bezoldiging van bestuurders is echter beperkt. Zolang het bezoldigingspakket dat wordt goedgekeurd door de raad van commissarissen binnen de reikwijdte valt van hetgeen conventioneel en accepteerbaar wordt geacht, is de kans dat een commissaris hierdoor reputatieschade zal lijden verwaarloosbaar.3