Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/6.1:6.1 Inleiding
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS494252:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Lid 1, 2, 4-6 en 10 staan centraal in hoofdstuk 4. Lid 3 en 9 vallen buiten de reikwijdte van dit onderzoek.
Door bij ‘niet-betaling’ de aftrek van btw te herzien, geeft Nederland uitvoering aan de derogatiebepaling van art. 185 lid 2 tweede alinea Btw-richtlijn. Het uitgangspunt om ‘niet-betaling’ uit te sluiten van de herzieningsregels (art. 185 lid 2 eerste alinea Btw-richtlijn) (paragraaf 5.3.5) laat Nederland daarmee links liggen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit hoofdstuk analyseert de btw-positie van de niet-betalende afnemer in het nationale recht en strekt in zoverre tot beantwoording van de in paragraaf 1.3 geformuleerde deelvraag b:
Welke btw-gevolgen verbindt het nationale recht aan niet-betaling en hoe verhouden deze zich tot het Unierecht en het rechtskarakter van de btw?
Net als de regeling voor oninbare vorderingen (zie hoofdstuk 4), ligt de regeling voor onbetaalde schulden verankerd in art. 29 Wet OB 1968. Dit artikel luidt (voor zover hier relevant):
(...)
(...)
(...)
(...)
(...)
(...)
De ondernemer die ingevolge artikel 15 belasting in aftrek heeft gebracht ter zake van aan hem verrichte leveringen van goederen en diensten, wordt het afgetrokken bedrag naar evenredigheid als belasting verschuldigd op het tijdstip waarop komt vast te staan dat hij de vergoeding waarop dat bedrag betrekking heeft, niet of niet geheel zal betalen dan wel geheel of gedeeltelijk heeft terugontvangen. De belasting wordt in ieder geval verschuldigd één jaar na het opeisbaar worden van de vergoeding voor zover deze op dat tijdstip nog niet is betaald. Artikel 14, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Ingeval de ondernemer, bedoeld in het zevende lid, nadat hij de belasting, bedoeld in dat lid, heeft voldaan alsnog de vergoeding geheel of gedeeltelijk betaalt, ontstaat voor hem op dat tijdstip opnieuw recht op aftrek van de ter zake alsnog voldane belasting als ware het belasting bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a. Artikel 15 is van overeenkomstige toepassing, waarbij voor de toepassing van artikel 15, vierde lid, eerste volzin, de aftrek plaatsvindt overeenkomstig de bestemming van de goederen en diensten op het tijdstip waarop de belasting ter zake van de levering daarvan in rekening is gebracht. Een eventuele herziening van de aftrek ter zake van de belastingtijdvakken tussen het tijdstip waarop het recht op aftrek aanvankelijk en het tijdstip waarop dat opnieuw ontstond, geschiedt in het tijdvak waarin het recht op aftrek opnieuw ontstaat. De toepassing van de tweede en derde volzin geschiedt overeenkomstig de in de desbetreffende tijdvakken geldende wettelijke bepalingen.
(...)
(...)”
Lid 1-6, 9 en 10 vallen buiten de reikwijdte van dit hoofdstuk.1 In dit hoofdstuk ga ik enkel in op de btw-gevolgen van ‘niet-betaling’.2 Dat houdt in dat ik niet of slechts beperkt inga op andere nationaalrechtelijke pendanten van de ‘gewijzigde elementen’ van art. 185 Btw-richtlijn, zoals geannuleerde aankopen, verkregen rabatten, vernietiging, verlies, diefstal, onttrekkingen en de niet-verrichte c.q. ontvangen prestatie. Het voert te ver om deze categorieën (al is het ter onderscheid van de categorie ‘niet-betaling’) ook onder het nationale recht uit en te na te bestuderen.
Dit hoofdstuk kent de volgende opbouw. In paragraaf 6.2 staat de totstandkomingsgeschiedenis van art. 29 Wet OB 1968 centraal. De inhoud van de bepaling bespreek ik in paragraaf 6.3. De verhouding van de regeling voor onbetaalde schulden tot het (in voorgaand hoofdstuk gevonden) Unierecht en het rechtskarakter van de btw bespreek ik achtereenvolgens in paragrafen 6.4 en 6.5. In paragraaf 6.6 wordt dit hoofdstuk afgesloten met een samenvatting en mijn conclusies.