BNB 2026/152
Verhuurderheffing. Ongelijke behandeling enig-eigenaren en mede-eigenaren voldoende voortvarend opgeheven
HR 26-06-2026, ECLI:NL:HR:2026:1066, m.nt. J.P. Boer
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 juni 2026
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Faase, Peters
- Zaaknummer
23/03524
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
J.P. Boer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD126604:1
- Vakgebied(en)
Verhuurderheffing (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Internationaal belastingrecht / Discriminatieverbod
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:1066, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑06‑2026
ECLI:NL:PHR:2024:467, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑04‑2024
- Wetingang
Wet Maatregelen woningmarkt 2014 II; art. 14 EVRM; art. 1 Protocol 1 EVRM: art. 26 IVBPR
Essentie
Verhuurderheffing. Ongelijke behandeling enig-eigenaren en mede-eigenaren voldoende voortvarend opgeheven
Samenvatting
Belanghebbende, een woningcorporatie, heeft voor het jaar 2019 op aangifte verhuurderheffing voldaan. Volgens belanghebbende schendt de verhuurderheffing voor het jaar 2019 het discriminatieverbod omdat voor dat jaar na het arrest HR, BNB 2018/144ͨ*, alle mede-eigenaren van die heffing werden vrijgesteld en de wetgever die ongelijkheid niet snel genoeg heeft opgeheven. De Rechtbank heeft belanghebbende in het ongelijk gesteld. Als gevolg van het arrest HR, BNB 2018/144ͨ* heeft inderdaad tijdelijk een ongelijke behandeling tussen enig eigenaren en mede-eigenaren van huurwoningen bestaan, maar die ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.