RI 2025/14
De Hoge Raad schept met beantwoording van prejudiciële vragen duidelijkheid over de vaststelling van het alternatieve aanvangsmoment van een Wsnp-traject.
HR 20-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1913
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 december 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, K. Teuben
- Zaaknummer
23/05009
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS999838:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Schuldsanering natuurlijke personen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1913, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:562, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑05‑2024
- Wetingang
Essentie
Schuldsaneringsregeling. Slotuitdelingslijst.
Wat dient te worden verstaan onder ‘eerste aflossing’ in het kader van een buitengerechtelijke schuldregeling zoals bedoeld in artikel 349a Fw? Wat dient te worden verstaan onder ‘buitengerechtelijke schuldregeling’ zoals bedoeld in artikel 349a Fw? Is de rechter bevoegd om bij de toepassing van het alternatieve aanvangsmoment in beginsel slechts die periode voorafgaand aan zijn uitspraak in aanmerking te nemen waarin de schuldenaar heeft voldaan aan een inspanningsplicht (alsof de wettelijke schuldsaneringsregeling in die periode al van toepassing was)?
Samenvatting
Op grond van artikel 349a lid 1 Fw geldt een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.