De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/469:469 Het bezoldigingsbeleid en de individuele bezoldiging
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/469
469 Het bezoldigingsbeleid en de individuele bezoldiging
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS372678:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een derde conclusie heeft betrekking op de verhouding tussen het bezoldigingsbeleid en de individuele bezoldiging. Ook hierover bestaat in de literatuur onenigheid. Daarbij valt een soepele en een strikte stroming te ontwaren, afhankelijk van het antwoord op de vraag of een bezoldiging die in strijd is met of afwijkt van het bezoldigingsbeleid geldig dan wel nietig is. Mijn bevindingen wijzen in de richting van de strikte stroming. Voor zover hier nog enige twijfel over bestaat, maakt de herziene aandeelhoudersrechtenrichtlijn daar een einde aan. De implementatie van deze herziene richtlijn kan de wetgever aangrijpen om meer helderheid te scheppen in de verhouding tussen het vaststellen van de individuele bezoldiging (lid 4) en het bezoldigingsbeleid (lid 1). Zo zorgt het vervangen in lid 1 van de woorden ‘met inachtneming van’ door ‘in overeenstemming met’ ervoor, dat het dwingende karakter van het bezoldigingsbeleid meer tot uiting komt. Nog beter zou zijn wanneer de wetgever expliciet zou opnemen dat een bezoldiging nietig is, wanneer deze in strijd is met of afwijkt van het bezoldigingsbeleid, behoudens de uitzondering zoals opgenomen in de herziene aandeelhoudersrechtenrichtlijn. De vennootschap heeft daardoor de mogelijkheid om in uitzonderlijke omstandigheden tijdelijk af te wijken van het bezoldigingsbeleid, mits in het beleid is bepaald onder welke procedurele voorwaarden afwijking kan geschieden en van welke onderdelen van het beleid mag worden afgeweken. Onder deze uitzonderlijke omstandigheden vallen uitsluitend situaties waarin afwijking van het bezoldigingsbeleid noodzakelijk is om de lange termijn belangen en duurzaamheid van de vennootschap als geheel te dienen of haar levensvatbaarheid te garanderen. In deze aanpassingsronde kan de wetgever tegelijkertijd verduidelijken dat een bezoldiging, die niet in overeenstemming is met het bezoldigingsbeleid, maar wel is goedgekeurd door de AVA, niet nietig is. Ten slotte doet de wetgever er goed aan meer duidelijkheid te scheppen in de verhouding tussen het vaststellen van het bezoldigingsbeleid (lid 1) en het voorstel tot goedkeuring van een regeling in de vorm van aandelen of rechten tot het nemen van aandelen (lid 5) door de algemene vergadering. Over het samenspel tussen beide bepalingen is mijns inziens onvoldoende nagedacht.