De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/8.2.3:8.2.3 Doelvennootschap
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/8.2.3
8.2.3 Doelvennootschap
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS366329:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zonder samenwerking met de doelvennootschap ontstaat er geen biedplicht. De ratio daarvan komt hierna aan de orde (§ 8.3).
De toegevoegde waarde van de doelvennootschap als concert party lijkt beperkt. Omdat krachtens art. 2:118 lid 7 BW de doelvennootschap geen stemrecht kan uitoefenen op haar eigen aandelen, kunnen deze ook niet worden toegerekend aan degenen met wie zij samenwerkt (§ 12.2.4.6). In zoverre is haar deelname aan de samenwerking voor de berekening van de bieddrempel “neutraal”.
Ook bij een biedplicht voor de doelvennootschap zijn vraagtekens te plaatsen. Een verplicht bod door de doelvennootschap komt neer op een gedwongen exit voor de minderheidsaandeelhouders; als zij niet ingaan op het bod draaien zij (indirect) op voor de kosten daarvan. Naar verwachting zal bovendien onmiddellijk na het bekend worden van de biedplicht een koersdaling optreden. Beide omstandigheden zorgen voor een gevaar van benadeling dat minstens even groot is als het gevaar van benadeling waartegen de biedplicht in dit soort gevallen bescherming beoogt te bieden (zie hierna § 8.3). Dit lijkt in strijd met het doel en de systematiek van de Overnamerichtlijn.1 Mijns inziens moet worden overwogen in navolging van de Belgische verplicht bod-regeling de doelvennootschap vrij te stellen van de biedplicht (zie uitgebreider § 15.3.5).2