FED 2026/44
De uitbreiding van de gerechtigdheid tot een onderneming, in de zin van een procentuele uitbreiding van het belang in die onderneming, leidt tot het lopen van een nieuwe, eigen indirectebezitstermijn.
HR 30-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:137, m.nt. mr. H.F. van der Weerd-van Joolingen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 januari 2026
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
24/01608
- Noot
mr. H.F. van der Weerd-van Joolingen
- JCDI
JCDI:BSD104157:1
- Vakgebied(en)
Schenk- en erfbelasting / Schenkbelasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:137, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑01‑2026
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2024:1114, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
- Wetingang
Art. 35d lid 1 aanhef en letter c Successiewet 1956 (hierna: SW)
Essentie
De uitbreiding van de gerechtigdheid tot een onderneming, in de zin van een procentuele uitbreiding van het belang in die onderneming, leidt tot het lopen van een nieuwe, eigen indirectebezitstermijn.
Samenvatting
In zijn arrest herhaalt de Hoge Raad dat per onderneming moet worden beoordeeld of is voldaan aan de indirectebezitstermijn van art. 35d, lid 1, aanhef en letter c, van de SW. Indien de betrokken vennootschap is gerechtigd tot een evenredig deel van een onderneming in de zin van art. 35c, lid 1, letter a, van de SW, en die gerechtigdheid wordt uitgebreid, begint ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.