Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/21.3.3:21.3.3 Toename claims met een religieus karakter
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/21.3.3
21.3.3 Toename claims met een religieus karakter
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS456434:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de derde vraag, of een algemeen subjectief begrip van godsdienst problematisch is omdat niet alle rechtsgebieden voor een dergelijke subjectivering zouden zijn toegerust, moeten we ons afvragen of een subjectivering daadwerkelijk leidt tot een toename van claims met een religieus karakter. Leidt een volledig gesubjectiveerd godsdienstbegrip tot een toename van: burgers die een eigenaardig (religieus geïnspireerd) hoofddeksel willen opzetten bij bijvoorbeeld het maken van een pasfoto, asielzoekers die stellen vervolgd te worden vanwege een singuliere godsdienst, nieuwe religieuze groepen die ritueel willen slachten? En leidt een volledig gesubjectiveerd godsdienstbegrip tot een grote financiële druk op de staat doordat er nieuwe kerkgenootschappen worden opgericht, nieuwe religieuze scholen worden gesticht, meer aanvragen voor thuisonderwijs worden ingediend en meer aanvragen voor vergoeding van de vervoerskosten naar de dichtstbijzijnde school van de gewenste richting worden ingediend? Dit zou allemaal erg onwaarschijnlijk moeten zijn. Het is immers niet logisch dat er plotseling meer godsdiensten ontstaan. Wat wel zou kunnen is dat deze toenames ontstaan doordat rechtssubjecten onoprecht zijn om toch in aanmerking te komen voor een recht, verblijfsvergunning, vrijstelling, uitzondering, etc. Dit is echter wederom het probleem van de oprechtheid en niet van de reikwijdte van het godsdienstbegrip.