Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/102
102 Stewardshiptheorie: het andere uiterste van het menselijk spectrum
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS370192:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Donaldson & Davis 1991; Davis, Schoorman & Donaldson 1997; Grundei 2008, p. 147/ 148.
De ‘founding fathers’ van de stewardshiptheorie zijn Lex Donaldson, James H. Davis en David F. Schoorman; zie onder andere Donaldson & Davis 1991; Davis, Schoorman & Donaldson 1997, p. 20.
Davis, Schoorman & Donaldson 1997, p. 21.
Davis, Schoorman & Donaldson 1997, p. 20-24.
Davis, Schoorman & Donaldson 1997, p. 24.
Davis, Schoorman & Donaldson 1997, p. 24/25.
Davis, Schoorman & Donaldson 1997, p. 24.
Davis, Schoorman & Donaldson 1997, p. 25.
Mayer, Davis & Schoorman 1995, p. 712.
Davis Schoorman & Donaldson 1997, p. 25.
Tegenover de beperkte opvatting van de Homo economicus waarbij de mens wordt afgeschilderd als een opportunist die slechts handelt in zijn eigen materiële belang, staat de mens die betrouwbaar is en intrinsiek gemotiveerd is om zijn taak te vervullen op een pro-organisatorische manier.1 Dit mensbeeld wordt opgevoerd in de uit de sociologie en psychologie voortkomende stewardshiptheorie.2
De stewardshiptheorie verzet zich tegen de aanname dat de agent te allen tijde in zijn eigen belang (lees: materiële voordeel) zal handelen en er daardoor altijd sprake zal zijn van conflicterende belangen tussen de principaal en de agent. Volgens deze theorie wordt de bestuurder niet gemotiveerd door individuele doelen, maar liggen zijn motieven op dezelfde lijn als het doel van de principaal.3 Stewards zijn zelfs gemotiveerd om te handelen in het belang van hun principaal.4 De mens handelt – evenals wordt aangenomen in de principaal-agenttheorie – rationeel,5 maar het gedrag van de mens is zodanig gerangschikt dat pro-organisatorisch, collectief gedrag een hogere utiliteit heeft dan individualistisch, zelfzuchtig gedrag.6 Een steward handelt dus in het belang van de principaal, zelfs als hij kan berekenen dat een bepaalde handeling voor hem persoonlijk niet lonend is.7
De stewardshiptheorie gaat uit van een sterke relatie tussen het succes van de onderneming en het belang van de principaal. Deze relatie komt voort uit de erkenning van mogelijke conflicterende belangen van de verschillende aandeelhouders. Vanwege de potentiële verscheidenheid aan aandeelhoudersbelangen is de steward gericht op de onderneming. Door de prestaties van de onderneming te maximaliseren, komt de steward tegemoet aan de concurrerende belangen van de aandeelhouders. Hierbij wordt aangenomen dat iedere aandeelhouder uiteindelijk gebaat is bij goede ondernemingsprestaties.8
Aan de stewardshiptheorie ligt een rotsvast vertrouwen in de bestuurder ten grondslag. Dit vertrouwen kan gedefinieerd worden als de bereidheid van een partij om zich kwetsbaar op te stellen ten opzichte van de handelingen van de andere partij, gebaseerd op de verwachting dat de ander een bepaalde handeling zal verrichten die belangrijk is voor degene die het vertrouwen schenkt, ongeacht de mogelijkheid om de andere partij te monitoren of te controleren.9 Deze op vertrouwen gebaseerde benadering staat haaks op de aanname van opportunistisch gedrag, zoals verankerd is in de door wantrouwen beheerste principaal-agenttheorie.
Als men uitgaat van de intrinsieke motivatie van bestuurders om hun taak te vervullen op een pro-organisatorische manier, dan is er geen noodzaak voor prikkels of sancties. Het behalen van uitdagende doelstellingen en het uitoefenen van verantwoordelijkheid zal bevredigend zijn als een doel op zich, zonder dat extrinsieke prikkels nodig zijn. Aangenomen wordt dat potentiële tekortkomingen in de motivatie van de bestuurder om succesvol zijn taak uit te voeren niet bestaan. Conflicterende doelen zijn dus ofwel afwezig of worden overkomen door de neiging van de steward om pro-organisatorisch gedrag te tonen.
De stewardshiptheorie impliceert overigens niet dat stewards geen noodzakelijke ‘overlevingsbehoeften’ hebben. De steward heeft een inkomen nodig om te overleven. De steward realiseert echter de afruil tussen persoonlijke behoeften en organisatorische doelen en gelooft dat hij door het toewerken naar organisatorische, collectieve doelen, in zijn persoonlijke behoeften kan voorzien.10