BNb 2026/40
Bewijslevering vergrijpboete. Beoordeling ‘Meer en Vaart-verweer’*Naar het arrest in de strafzaak Meer en Vaart (NJ 1974/450): bewijsverweer dat niet strijdig is met bewijsmiddelen maar wel onverenigbaar is met bewezenverklaring.
HR 10-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1538, m.nt. G.J.M.E. de Bont
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Van der Voort Maarschalk; A-G Koopman
- Zaaknummer
24/02911
- Noot
G.J.M.E. de Bont
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD48503:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Resultaat uit overige werkzaamheden
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1538, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:410, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑04‑2025
- Wetingang
Art. 67e AWR
Essentie
Bewijslevering vergrijpboete. Beoordeling ‘Meer en Vaart-verweer’*
Samenvatting
In 2017 wordt bij belanghebbende tijdens de doorzoeking van zijn woning onder andere 36 kilogram cocaïne aangetroffen. Daarvoor is belanghebbende strafrechtelijk veroordeeld. Vervolgens heeft de Inspecteur aan belanghebbende wegens genoten resultaat uit overige werkzaamheden een navorderingsaanslag IB/PVV 2017 opgelegd. Volgens de Inspecteur heeft belanghebbende de aangetroffen cocaïne zelf gekocht en gefinancierd met onbekende inkomsten uit werkzaamheden in dat jaar. Tevens heeft de Inspecteur aan belanghebbende een vergrijpboete van 50% opgelegd. Het Hof laat de navorderingsaanslag en de door de Rechtbank vanwege persoonlijke omstandigheden verminderde vergrijpboete in stand. Volgens het Hof is de Inspecteur ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.