RAV 2025/61
Stelplicht en bewijslast. Moet een ontkennende verdachte in een strafzaak in een parallelle civiele zaak feiten gemotiveerd betwisten?
HR 23-05-2025, ECLI:NL:HR:2025:796
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 mei 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, K. Teuben
- Zaaknummer
24/01819
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD24071:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:796, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:294, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑05‑2024
- Wetingang
Art. 149 Rv
Samenvatting
Eiser tot cassatie en verweerder in cassatie waren aanwezig op een familiefeest in juli 2020. Verweerder werd door eiser in zijn knie gestoken, met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. Later deed hij aangifte van zware mishandeling tegen eiser. In de daaropvolgende strafzaak is eiser veroordeeld tot een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.