RBP 2025/75
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Kan na vernietiging teruggevallen worden op nationale regels over proceskosten?
HR 04-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1081
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 juli 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
24/02783
- Conclusie
plv. P-G M.H. Wissink
- JCDI
JCDI:BSD29712:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Europees verbintenissenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1081, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑07‑2025
ECLI:NL:HR:2025:820, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:96, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑01‑2025
- Wetingang
Art. 237 Rv
Essentie
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Richtlijn oneerlijke bedingen.
Is proceskostenbeding oneerlijk? Kan na vernietiging teruggevallen worden op nationale regels over proceskosten? Hoge Raad stelt prejudiciële vraag aan Hof van Justitie van Europese Unie.
Samenvatting
De prejudiciële beslissing gaat over een proceskostenbeding in een huurovereenkomst. Het proceskostenbeding houdt in dat, als de huurder tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst, alle gerechtelijke kosten die de verhuurder maakt, voor rekening van de huurder zijn. Aan de orde is de vraag of dit een oneerlijk beding is in de zin van Richtlijn 93/13/EEG (de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.