De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/3.7.6:3.7.6 Implementatie van art. 6 is noodzakelijk
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/3.7.6
3.7.6 Implementatie van art. 6 is noodzakelijk
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS384856:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kantonrechter Utrecht 29 augustus 2012, JAR 2012/267, ROR 2012/25, RO 2012/67 (Novio).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De hierboven geschetste situaties laten zien dat implementatie van art. 6 van de Richtlijn overgang van onderneming (alsnog) noodzakelijk is. Voor de situatie dat de onderneming als eenheid blijft bestaan, moet de WOR bepalen dat de or overgaat naar de verkrijger en daarbij al zijn bevoegdheden uit de wet en ondernemingsovereenkomst behoudt. Ook de rechten van de individuele ondernemingsraadsleden zouden moeten blijven bestaan. Voor de situatie dat de onderneming niet als eenheid blijft bestaan, moet in de WOR worden opgenomen dat zo snel mogelijk – in ieder geval binnen zes maanden na de overgang – nieuwe verkiezingen moeten worden gehouden. Daarbij telt het dienstverband bij de vervreemder mee bij de berekening van de termijnen van art. 16 lid 2 en 3 WOR.1
Dat implementatie noodzakelijk is, is in de zomer van 2012 bevestigd door een uitspraak van de kantonrechter Utrecht. In deze zaak was het personeel van Novio overgegaan op Hermes, omdat de concessie die voorheen door Novio werd uitgevoerd aan Hermes was gegund. De or van Novio stelt zich – met een beroep op art. 6 van de Richtlijn – op het standpunt dat hij na de overgang is blijven bestaan, dan wel dat de or-leden hun mandaat behouden. De or van Hermes komt in deze procedure met de oplossing dat de or-leden van Novio aan hem worden toegevoegd. Nadat de kantonrechter heeft vastgesteld dat de eenheid niet behouden is gebleven, overweegt hij het volgende over het toevoegen van de leden van Novio aan de or van Hermes: “het is aan de wetgever om, indien alsnog reden zou worden gezien voor een aanpassing van de WOR op dit punt, een afweging en een keuze te maken. De burgerlijke rechter – hoe ‘lenig’ in zijn uitleg ook – heeft, ook bij een richtlijnconforme interpretatie van het nationale recht, de grondwettelijke verdeling tussen wetgeving en rechtspraak te respecteren.” Richtlijnconforme interpretatie van het Nederlandse recht ten aanzien van de positie van de overgenomen maatregelen is dus niet mogelijk.2 Een aanpassing van de wet is noodzakelijk.