BNB 2026/81
Zaak Remling. Summiere motivering hoogste rechter bij afzien van prejudiciële verwijzing
HvJ EU 24-03-2026, ECLI:EU:C:2026:243, m.nt. P.J. Wattel (Remling)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
24 maart 2026
- Magistraten
Lenaerts, Von Danwitz, Biltgen, Jürimäe, Arastey Sahún, Passer, Rodin, Regan, Gratsias, Gavalec, Csehi, Gervasoni, Fenger
- Zaaknummer
C-767/23
- Conclusie
A-G Ćapeta
- Noot
P.J. Wattel
- Roepnaam
Remling
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD107690:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Algemeen
EU-recht / Rechtsbescherming
Europees belastingrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2026:243, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 24‑03‑2026
ECLI:EU:C:2025:486, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 26‑06‑2025
- Wetingang
Essentie
Zaak Remling. Summiere motivering hoogste rechter bij afzien van prejudiciële verwijzing
Samenvatting
In een vreemdelingenzaak heeft belanghebbende de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (als rechterlijke instantie van laatste aanleg) verzocht om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie te stellen over de toepassing van het unierecht. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft erop gewezen dat zij op grond van art. 91 lid 2 Vreemdelingenwet 2000 beroepen summier kan afdoen. Zij heeft het Hof van Justitie gevraagd of art. 267, derde alinea, VWEU (gelezen in het licht van art. 47 lid 2 Handvest Grondrechten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.