De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/43:43 De Grote Depressie
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/43
43 De Grote Depressie
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS367818:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
En dan komt donderdag 24 oktober 1929... De beurskrach gaat als een schok door de financiële markten. De depressie die daarop volgt trekt verwoestend door het hele land. Omzetten dalen en winsten verdwijnen, waardoor de bonussen opdrogen dan wel verlaagd of afgeschaft worden. In de eerste jaren na het uitbreken van de crisis eisen bestuurders nog een verhoging van hun vaste salaris en zien zij hun eisen ingewilligd worden.1 Tegelijkertijd worden gewone werknemers met enorme aantallen ontslagen, dalen de lonen en worden er geen dividenden meer uitgekeerd. De afkeer tegen de voor de crisis nog zo gelauwerde bestuurders begint hierdoor de kop op te steken.
De New Deal-beweging onder aanvoering van de kersverse president Roosevelt laat geen onduidelijkheid bestaan over haar houding ten aanzien van deze bestuurders en hun enorme beloningen. Onderzoeken worden gestart naar het ontstaan van de crisis, waarbij de bestuurders van de grote ondernemingen de dans niet ontspringen. Ferdinand Pecora zorgt er tijdens de beruchte ‘Pecora-hearings’ voor, dat de bedragen die bestuurders voorafgaand aan de crisis hebben ontvangen openbaar worden gemaakt, met een grote verontwaardiging onder zowel aandeelhouders als het grote publiek tot gevolg.2 De bestuurders die zich de successen van voor de crisis hebben toegeëigend, worden nu aangesproken op de financiële malaise die heerst in het land. Het helpt de bestuurders evenmin, dat het ene beloningsschandaal na het andere de voorpagina’s van de kranten haalt. Aandeelhouders krijgen voor het eerst te horen hoeveel de bestuurders van hun ondernemingen jaarlijks bij mochten schrijven op hun bankrekening en voelen zich beroofd. De roep om ingrijpen zowel door de wetgever als de rechter wordt steeds duidelijker hoorbaar.3
Ook in Europa grijpt de Grote Depressie verwoestend om zich heen. Duitsland lijdt hevig onder de ‘Weltwirtschaftskrise’ van 1929-1932. De Duitse economie is in overwegende mate afhankelijk van steun uit de Verenigde Staten. Als die steun door de Verenigde Staten vanwege het uitbreken van de crisis in eigen land wordt opgezegd, wordt Duitsland in het kielzog van de Verenigde Staten mee de recessie ingetrokken. Nederland en het Verenigd Koninkrijk komen er iets genadiger vanaf, maar ook daar wordt de crisis gevoeld. Vragen over hoe de top van de onderneming beloond moet worden verdwijnen naar de achtergrond. De Tweede Wereldoorlog die niet lang na de Grote Depressie zou volgen zorgt ervoor dat de bezoldiging van bestuurders de gemoederen op het Europese continent nog minder zal bezighouden. De landen hebben andere dingen aan hun hoofd, waardoor deze problematiek – als die al speelt – van het toneel verdwijnt. De ontwikkelingen op het gebied van de bezoldiging van bestuurders vinden in deze periode dan ook voornamelijk plaats aan de overkant van de Atlantische oceaan.