Belastingblad 2025/170
Bij het vaststellen van de proceskostenvergoeding voor de behandeling van het (hoger) beroep hoefde het hof de kostenvergoeding voor de bezwaarfase niet te onderzoeken. Deze vergoeding is in (hoger) beroep namelijk niet aan de orde gesteld.
HR 21-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:419, m.nt. J.M.J.F. Jansen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.E. van Hilten, E.N. Punt, M.A. Fierstra
- Zaaknummer
24/03393
- Noot
J.M.J.F. Jansen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD8259:1
- Vakgebied(en)
Belastingheffing van motorrijtuigen / Belasting van personenauto's en motorrijwielen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:419, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑03‑2025
Essentie
Bij het vaststellen van de proceskostenvergoeding voor de behandeling van het (hoger) beroep hoefde het hof de kostenvergoeding voor de bezwaarfase niet te onderzoeken. Deze vergoeding is in (hoger) beroep namelijk niet aan de orde gesteld.
Uitspraak
Uitspraak
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 7 augustus 2024, nr. BK-23/7091. , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 22/3598), betreffende een op de voet van artikel 7:15, lid ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.