Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/15.5.3.3:15.5.3.3 Afsluiting
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/15.5.3.3
15.5.3.3 Afsluiting
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS481178:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Denk hierbij aan de casus uit Hof Arnhem 10 november 1965, NJ 1966, 478.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als wij spreken over afsluiting dan hoeft het geen betoog dat op de erfgrens tussen bijvoorbeeld een zwembadcomplex en naastgelegen bedrijfshallen een vrijstaande muur, hek of heg kan staan. Deze werken zijn mandelig. Niets verzet zich daartegen.
Eenzelfde redenering geldt voor wat betreft een scheidsmuur die aan twee gebouwen gemeen is, indien het ene gebouw een gemeentehuis is terwijl in het naastgelegen gebouw een bakkerij is gevestigd.
Ik ben voorts van mening dat dit ook moet gelden indien een muur, hek of heg als afsluiting tussen een openbare weg en een naastgelegen erf is aangebracht.1 De bevoegdheid tot het plaatsen van een scheidsmuur bestaat weliswaar niet ingevolge art. 5:49. Dit laat natuurlijk – civielrechtelijk – onverlet dat al dan niet in onderling overleg wel een dergelijk werk geplaatst kan worden. Na plaatsing zijn de desbetreffende werken mandelig. Overigens zouden uit het publiekrecht nog beperkingen kunnen voortvloeien. Zo vloeit uit art. 38 en volgende van de Luchtvaartwet voort dat bouwwerken, opstallen en gewassen die een zekere hoogte te boven gaan niet binnen bepaalde afstand van de grens van een luchtvaartterrein geplaatst mogen worden. Deze bepalingen hebben uiteraard geen invloed op de eigendomssituatie indien de desbetreffende werken toch geplaatst worden.