Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/1.2.3
1.2.3 De afbakening van het onderzoek
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS594190:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
O.a. Blom (1990), (1994) en (1995); Holterman (1993); Sman (1994) en (1997); Van Wijngaarden (1994); De Kam (1994); Krens (1999); Den Boer (2002).
Over het verkooprecht van de minderheidsaandeelhouder in art. 2:359d BW: Olden (2008a), p. 850851; Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/698 e.v.; Assink (2013), p. 2464-2466; Buijn/Storm (2013), p. 1154-1156.
Kamerstukken II 2005-2006, 30 419, nr. 3, p. 50.
In slechts één zaak heeft een minderheidsaandeelhouder een vordering op grond van art. 2:359d BW ingesteld. De vordering is echter niet behandeld, omdat de meerderheidsaandeelhouder uiteindelijk zelf een uitkoopprocedure op grond van art. 2:92a/201a BW is begonnen, zie Jaarverslag OK (2011), p. 10.
Hierover o.a. Van der Korst (2008); Berendsen/Van Thiel (2008); Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/677; Leijten (2009), p. 206; Van Leeuwen (2011); Buijn/Storm (2013), p. 1142 e.v.; Assink (2013), p. 2466-2467; Storm (2014), p. 324-329.
HR 14 september 2007 (ro. 4.3), JOR 2007/237 (Versatel).
OK 20 december 2007, JOR 2008/36 (Shell).
Het onderzoek beperkt zich tot de juridische aspecten van de wettelijke uitkoopregeling. Een belangrijk onderdeel in de procedure is het vaststellen van de uitkoopprijs en het waarderen van de over te dragen aandelen. Ik bespreek slechts de uitgangspunten en de methodes voor de waardering van de aandelen. Voor uitvoerige beschouwingen over de waardering van (minderheids)aandelen verwijs ik naar andere literatuur.1
De wet kent behalve het uitkooprecht, ook een recht van verkoop voor de minderheidsaandeelhouder in art. 2:359d BW.2 De minderheid kan degene die een openbaar bod heeft uitgebracht en ten minste 95% van het geplaatste kapitaal verschaft en evenzoveel stemrechten vertegenwoordigt, verplichten haar aandelen over te nemen. De verkoopregeling van art. 2:359d BW verloopt langs dezelfde lijnen als de bijzondere uitkoopregeling in art. 2:359c BW. Zij zijn elkaars spiegelbeeld.3 Tot op heden is er nog geen uitspraak gedaan in een verkoopprocedure ex art. 2:359d BW.4 Ik behandel het recht van verkoop in art. 2:359d BW om deze reden slechts summier.
Ik besteed eveneens enkel zijdelings aandacht aan de alternatieve methodes voor de ‘uitstoting’ van minderheidsaandeelhouders, zoals de juridische (driehoeks)fusie en de activa/passiva transactie.5 In de Versatel-zaak oordeelt de Hoge Raad dat een minderheid rekening dient te houden met de mogelijkheid dat zijn belang door fusie, splitsing of omzetting tot onder de uitkoopgrens van 5% daalt. Een besluit tot fusie dat enkel en alleen de strekking heeft de minderheidsaandeelhouders uit te stoten, kan echter in strijd zijn ‘met hetgeen van het bestuur van een beursvennootschap jegens haar aandeelhouders op de voet van art. 2:8 BW wordt gevorderd door de redelijkheid en billijkheid’.6 Het is evenmin geoorloofd om bij een juridische fusie de ruilverhouding met opzet zo te kiezen dat de minderheid geen aandelen in de verkrijgende vennootschap verkrijgt, maar slechts recht heeft op geld.7