Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden
Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/1.7:1.7 Concluderend ten aanzien van de rechtsvergelijkende inventarisatie en Europese initiatieven
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/1.7
1.7 Concluderend ten aanzien van de rechtsvergelijkende inventarisatie en Europese initiatieven
Documentgegevens:
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS300656:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Asser 1997, p. 513 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vrijheid om in onderhandeling te treden met wie men wil en over welk onderwerp men maar wil en om die onderhandelingen vervolgens te kunnen afbreken, wordt weliswaar algemeen aanvaard als één van de grondslagen van ons verbintenissenrecht, maar die vrijheid is niet onbeperkt. Net zo min als men volledig vrij is het contract over de totstandkoming waarover men onderhandelt die inhoud te geven die men maar wenst, staat het de onderhandelende partijen vrij om de onderhandelingen op ieder door hen gewenst moment te beëindigen. De opvatting van Lord Ackner in Walford v. Miles , dat de vrijheid om onderhandelingen te allen tijde af te breken voort vloeit uit de positie van tegenstanders die partijen in het onderhandelingsproces jegens elkaar in nemen is te simplistisch. Onderhandelingspartners worden weliswaar gedreven door hun eigen belangen, maar hun belangen convergeren in het beoogde doel: de overeenkomst over de totstandkoming waarover wordt onderhandeld. Dit is nu juist waardoor zij een geheel andere positie jegens elkaar in nemen dan die van tegenstanders. Zij willen samen iets tot stand brengen. Daarmee verschillen zij bijvoorbeeld wezenlijk van procespartijen.1 Een beperkte inventarisatie van het Duitse, het Engelse en het Amerikaanse recht leert dat in deze rechtsstelsels op verschillende wijze met het leerstuk van de precontractuele verhoudingen wordt omgegaan, waarbij de uitkomsten in evident onredelijke situaties echter tot op zekere hoogte vergelijkbaar zijn. De achtergrond hiervan hangt samen met de afbakening van de verschillende leerstukken binnen de verschillende jurisdicties. Zo hangt bijvoorbeeld de benadering van het Duitse recht samen met een, ten opzichte van het Nederlandse recht, eng onrechtmatigedaadsbegrip, terwijl in de common law landen, waarin het concept van de redelijkheid en billijkheid zoals wij dat in het Nederlandse recht kennen, niet als algemeen uitgangspunt wordt aanvaard, zijn toevlucht vooral zoekt in individuele oplossingen gebaseerd op de leerstukken van de "misrepresentation", de "unjust enrichment" en de "promissory estoppel".
Voor wat het betreft de verschillende initiatieven die zijn ondernomen in een streven om te komen tot een uniform Europees privaatrecht kan worden geconcludeerd dat ook daarin het beginsel van de contractsvrijheid tot uitgangspunt wordt genomen; de vrijheid om onderhandelingen af te kunnen breken is een alom gehanteerd uitgangspunt maar onderhandelen te goeder trouw is maatstaf en wanneer die maatstaf wordt geschonden, is er onder omstandigheden plaats voor sancties, die echter in geen van de hier besproken initiatieven zover lijken te gaan als in het Nederlandse recht.