De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/12:12 Deel II: een theoretische en institutionele analyse
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/12
12 Deel II: een theoretische en institutionele analyse
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS365324:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het tweede deel van dit onderzoek wordt op zoek gegaan naar de schaduwzijde van het moderne bezoldigingsvraagstuk: welke kernproblemen zijn te ontwaren bij de bezoldiging van bestuurders? Daarbij verdienen zowel de structuur als de hoogte van de bezoldiging een eigen onderzoek.
Het onderzoek naar de structuur van de bezoldiging ziet op een theoretische analyse aan de hand van een literatuuronderzoek waarbij de financieel-economische rechtvaardiging voor de functieverbreding van de bezoldiging van bestuurders wordt ontrafeld. Deze financieel-economische visie op het motiveren van bestuurders wordt vervolgens afgezet tegen de bevindingen, opgedaan door de toepassing van financiële prikkels vanuit de (sociale) psychologie, om uiteindelijk te concluderen hoe een bestuurder bezoldigd zou moeten worden.
Het onderzoek naar de hoogte van de bezoldiging begint met een theoretische analyse van de vraag of de bezoldigingsniveaus van bestuurders het gevolg zijn van onderhandelingen op armlengte afstand die leiden tot optimale contracten. Vervolgens vindt een institutionele analyse plaats van de ontwikkeling van de bezoldigingsniveaus als uitvloeisel van een werkende of verstoorde markt voor bestuurders. Dit onderzoek wordt afgesloten met een conclusie over het vaststellen van de hoogte van de bezoldiging van de bestuurder, waarmee een benadering wordt gegeven van de wijze waarop zou moeten worden bepaald hoeveel een bestuurder zou moeten verdienen.
Uit het onderzoek naar de schaduwzijde van het moderne bezoldigingsvraagstuk komen twee kernproblemen voort, waarbij het ene kernprobleem ziet op de rechtvaardiging van de huidige bezoldigingsstructuur en het andere op de wijze waarop de hoogte van de bezoldiging van bestuurders wordt vastgesteld. Vervolgens wordt gekeken naar de rol die aan het vennootschapsrecht kan worden toebedeeld.