BNB 2026/35
Vernietiging uitnodiging tot betaling wegens schending verdedigingsbeginsel doet douaneschuld niet vervallen. Rechtszekerheidsbeginsel niet geschonden door schorsing verjaringstermijn met duur gerechtelijke procedures
HR 12-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1794, m.nt. G.J. van Slooten
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 december 2025
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Punt, Fierstra
- Zaaknummer
22/03433
- Noot
G.J. van Slooten
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD46385:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Rechtsbescherming
Douane (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑12‑2025
ECLI:NL:HR:2025:1794, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑12‑2025
- Wetingang
Art. 203 lid 3 en 221 lid 3 Communautair douanewetboek; art. 103 lid 3 onderdeel a Douanewetboek van de Unie
Essentie
Vernietiging uitnodiging tot betaling wegens schending verdedigingsbeginsel doet douaneschuld niet vervallen. Rechtszekerheidsbeginsel niet geschonden door schorsing verjaringstermijn met duur gerechtelijke procedures
Samenvatting
Belanghebbende, een BV, heeft in 2002 aangifte gedaan tot plaatsing van partijen knoflook onder de douaneregeling extern communautair douanevervoer. Omdat deze partijen knoflook aan het douanetoezicht waren onttrokken, heeft de Inspecteur in september 2003 aan belanghebbende uitnodigingen tot betaling van douanerechten en omzetbelasting uitgereikt. In het arrest HR, BNB 2016/208 heeft de Hoge Raad de uitnodigingen tot betaling vernietigd wegens schending van het unierechtelijke verdedigingsbeginsel. Vervolgens heeft de Inspecteur in oktober 2017 nieuwe ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.