NJB 2025/200:Vrijheidsbeperkende maatregel waaraan meerdere verplichtingen worden verbonden, art. 38v lid 2 Sr: bij oplegging daarvan bepaalt de rechter overeenkomstig art. 38w lid 2 Sr de duur van de vervangende hechtenis die ten hoogste ten uitvoer kan worden gelegd voor iedere keer dat niet aan de maatregel – dat wil zeggen: aan een aan die maatregel verbonden verplichting – wordt voldaan. Op grond van art. 38w lid 3 Sr geldt van rechtswege dat de totale duur van de ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste zes maanden bedraagt.