De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/111:111 De financiële economie en motivatie
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/111
111 De financiële economie en motivatie
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS365338:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderscheid tussen de verschillende motivatievormen is voor de financiële economie irrelevant aangezien ze slechts manifestaties zijn van onderliggende voorkeuren (voor de taak zelf of voor de beloning die gepaard gaat met het volbrengen van de taak). In de meeste economische literatuur – en evenzo in de principaal-agenttheorie en de pay-for-performancebenadering – wordt slechts gebruikgemaakt van de extrinsieke vorm van motiveren ter onderbouwing van de theoretische argumenten, waarbij de intrinsieke motivatie wordt gezien als een exogene constante die veelal volledig buiten beschouwing wordt gelaten.
Er is een goede reden waarom de financiële economie de intrinsieke motivatie van de mens negeert. Het is lastig of wellicht onmogelijk te bepalen welk deel van de motivatie van de bestuurder intrinsiek is ingegeven en welk deel niet. Daarnaast zagen wij reeds dat, ondanks dat intrinsieke motivatie een belangrijke rol speelt binnen de economie en onze maatschappij, intrinsieke motivatie moeilijk (positief) te beïnvloeden of te controleren is, in het bijzonder in contrast met het grote aantal voorhanden zijnde mogelijkheden om iemand extrinsiek te motiveren.1
In de discussie over pay-for-performance blijft het onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie dan ook veelal achterwege. Gesproken wordt over de motivatie van de bestuurder in het algemeen, waarbij motivatie gezien wordt als een enkele entiteit waar een bestuurder meer en minder van kan hebben. Het motivatieniveau kan omhoog gaan en weer dalen.
“You can get more cooperation with a smile and a gun than you can with just a smile”.
(John Dillinger)
Voor zover wel een onderscheid wordt gemaakt tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie, wordt ervan uitgegaan dat de twee verschillende vormen van motivatie simpelweg bij elkaar opgeteld kunnen worden om het beste effect te doen sorteren. Motivatie komt in twee smaken, zo is de gedachte, en beide tezamen is beter dan slechts één.2 Aangezien intuïtief aannemelijk is dat het vooruitzicht op een beloning ons motivatieniveau zal doen stijgen, is het niet verwonderlijk dat getracht wordt de motivatie van een bestuurder te verhogen om zijn bestuurstaak uit te voeren door het ontwerpen van financiële prikkels.
Doordat intrinsieke motivatie impliciet wordt gezien als een exogene constante of als volledig afwezig, komt men binnen de financiële economie tot de conclusie dat externe (financiële) prikkels ontegenzeggelijk de prestatie zullen verbeteren. Hierbij wordt er dus van uitgegaan dat financiële prikkels een neutrale werking hebben op de intrinsieke motivatie van de mens.3