Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.13.3
5.13.3 EET-formulier
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS379474:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bij de aanvraag van een EET-waarmerking wordt evenmin vereist dat de verzoeker tezamen met het verzoek tot waarmerking het gedinginleidende stuk overlegt. Niets verzet zich mijns inziens ertegen dat de verzoeker dit op eigen initiatief doet. Doet hij dit niet, dan zal de tot waarmerking aangezochte rechter ambtshalve een onderzoek naar dat stuk moeten verrichten.
Anders het Europees Parlement, dat in zijn verslag heeft gemeend dat de rechter van de lidstaat van herkomst (d.w.z. de rechter die de EET verleent) voor de betekening van de beslissing over de EET aan de schuldenaar zorg dient te dragen (Europees Parlement, A5-010812003, p. 8).
Zie bijvoorbeeld art. 430 lid 3 Rv waarin is bepaald dat de tenuitvoerlegging van een executoriale titel niet mag plaatsvinden voordat deze aan de schuldenaar is betekend. Bij de tenuitvoerlegging van een EET-gewaarmerkte beslissing is niet de EET de executoriale titel, maar de beslissing zelf. De EET zorgt slechts ervoor dat een beslissing uit een lidstaat gelijk wordt gesteld met een beslissing gegeven door de rechter in de lidstaat van tenuitvoerlegging.
Ingevolge art. 20 lid 2 moet de schuldeiser een aantal documenten aan de tenuitvoerleggingsautoriteiten verstrekken. Allereerst moet hij op grond van art. 20 lid 2 sub a een afschrift van de beslissing overleggen, aangezien de beslissing zelf niet in het EET-formulier wordt opgenomen. De EET-Verordening vereist niet de overlegging van een bewijs van betekening aan de schuldenaar van de beslissing zelf.1 Evenmin moet worden aangetoond dat het EET-formulier aan de schuldenaar is betekend, omdat dit formulier niet aan de schuldenaar ter kennis wordt gebracht.2 Aan de schuldenaar wordt slechts de beslissing zelf betekend. Alvorens dat is geschied, zal de tenuitvoerlegging van een beslissing niet kunnen plaatsvinden. De schuldenaar is in een dergelijk geval immers niet op de hoogte van de grondslag voor de tenuitvoerlegging.3
Op basis van art. 20 lid 2 sub b moet aan de tenuitvoerleggingsautoriteit een afschrift van het EET-formulier worden overhandigd. De EET-Verordening bevat een gestandaardiseerd formulier dat door de rechter die de EET verleent, ingevuld moet worden. Art. 9 lid 2 EET-Vo bepaalt dat het EET-formulier in de taal van de lidstaat van herkomst wordt ingevuld. Indien nodig kan op basis van art. 20 lid 2 sub c een vertaling van de onderdelen van het formulier worden verzocht niet zijnde namen, adressen, getallen of onderdelen die door het aankruisen van een vakje worden aangegeven. Deze gegevens moeten dan in de taal van de lidstaat van tenuitvoerlegging worden opgegeven dan wel in een andere door die lidstaat opgegeven officiële taal van de Europese Unie. Onduidelijk is welke gegevens art. 20 lid 2 sub c op het oog heeft. Teneinde de EET-verlening te standaardiseren vindt de invulling van het formulier, behalve van de naam, van de adresgegevens en van de bedragen, plaats door het aankruisen van vakjes. De EET-Verordening bevat geen regeling over de vraag op welke manier de naam en het adres moeten worden opgegeven. Nu de rechter van de lidstaat van herkomst de gegevens in zijn eigen taal moet invullen, betekent dit dat hij ook het alfabet van zijn eigen taal dient te gebruiken. Art. 20 lid 2 sub c bepaalt dat indien nodig de schuldeiser een transcriptie van het EET-formulier moet overleggen. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn indien een EET door de Griekse rechter is verleend.