Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/2.4:2.4 Enkele verschillen tussen een zuivere splitsing en een afsplitsing
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/2.4
2.4 Enkele verschillen tussen een zuivere splitsing en een afsplitsing
Documentgegevens:
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491603:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zo is in beide gevallen sprake van een overgang van vermogen onder algemene titel (zie onderdeel 2.5), worden de leden of aandeelhouders van de splitsende rechtspersoon – als hoofdregel – lid of aandeelhouder van (elke) verkrijgende rechtspersoon (zie onderdeel 2.7.1) en gelden in grote mate vergelijkbare procedurevoorschriften (zie onderdeel 2.9).
Zie ook Boulogne & Brandsma 2019, onderdeel 2.3.2, p. 7-8.
Zie onderdeel 2.8.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel een zuivere splitsing en een afsplitsing veel overeenkomsten hebben,1 bestaat een aantal in het oog springende verschillen tussen deze twee grondvormen van splitsing. Zonder volledigheid na te streven, wijs ik op de volgende:2
Bij een zuivere splitsing houdt de splitsende rechtspersoon van rechtswege op te bestaan, terwijl de afsplitsende rechtspersoon bij een afsplitsing blijft voortbestaan.3
In het geval van een zuivere splitsing gaat het gehele vermogen van de splitsende rechtspersoon over, terwijl het bij een afsplitsing mogelijk is dat het vermogen gedeeltelijk bij het afsplitsende lichaam achterblijft en dus slechts deels overgaat.
Aan een zuivere splitsing dienen ten minste twee verkrijgende rechtspersonen deel te nemen. Een afsplitsing kan daarentegen plaatsvinden met slechts één verkrijgende rechtspersoon. Overigens is een afsplitsing met meerdere verkrijgers ook mogelijk.
De leden of aandeelhouders van de zuiver splitsende rechtspersoon houden na voltooiing van de zuivere splitsing niet langer aandelen in de splitsende rechtspersoon aangezien dat lichaam is opgehouden te bestaan. De leden of aandeelhouders van de afsplitsende rechtspersoon behouden hun lidmaatschapsrechten of aandelen in deze afsplitser.
Slechts in het geval van een zuivere splitsing waarbij bovendien uitsluitend NV’s en/of BV’s zijn betrokken, is het mogelijk een knip in het aandeelhoudersbestand aan te brengen. Deze splitsingsvorm wordt ook wel aangeduid met ‘aandeelhouderssplitsing’ of ‘ruziesplitsing’ (art. 2:334cc) en houdt in dat de onderscheiden (groepen van) aandeelhouders van de splitsende rechtspersoon aandeelhouder worden van onderscheiden verkrijgende rechtspersonen.4