De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/325:325 De bevoegdheid tot benoeming en vaststelling van de bezoldiging
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/325
325 De bevoegdheid tot benoeming en vaststelling van de bezoldiging
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS372656:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Overigens ook vanwege praktische overwegingen, waardoor deze wettelijke verdeling van oudsher zo is gegroeid.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten ligt de bevoegdheid tot het benoemen van een director van oudsher bij de AVA. In de praktijk bepalen de directors echter zelf wie toetreedt tot de board. In het Verenigd Koninkrijk doordat de bevoegdheid tot het benoemen van een director statutair aan de board of directors is gedelegeerd. In de Verenigde Staten ligt de macht de facto bij de board of directors omdat hij het benoemingsproces beheerst. Meer van belang is, dat de bevoegdheid tot het aanstellen van een officer in beide landen ligt bij de board of directors, evenals het vaststellen en aangaan van zijn bezoldiging. Voor een potentiële officer is in de praktijk dus het aangaan van een overeenkomst met de board of directors, of indien gedelegeerd met de remuneratiecommissie, voldoende om zeker te zijn van een aanstelling en aanspraak te kunnen maken op de overeengekomen bezoldiging. In de Verenigde Staten zou (in theorie) een benoeming tot executive director door de AVA kunnen worden gedwarsboomd. De aanstelling van de desbetreffende persoon tot officer met bijbehorende bezoldiging wordt daardoor echter niet geraakt.
Duitsland kent van oudsher het uitgangspunt dat niet de AVA, maar de raad van commissarissen wettelijk bevoegd is tot het benoemen en het vaststellen van de bezoldiging van bestuurders. Daarnaast regelt de wet expliciet dat ook het aangaan van het aanstellingscontract onder de competentie van de raad van commissarissen valt. Een potentiële bestuurder ontleent aan een akkoord met de (gehele) raad van commissarissen dus zekerheid over zijn aanstelling en aanspraak op zijn overeengekomen bezoldiging. Worden in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten vorengenoemde bevoegdheden de AVA ontzegd vanwege praktische overwegingen, in Duitsland komt de AVA geen enkele bevoegdheid toe in voornoemd proces.1
De gang van zaken in de drie onderzochte landen heeft als voordeel voor de (potentiële) bestuurder, dat hij slechts met één orgaan van doen heeft wat betreft zijn benoeming én de vaststelling van zijn bezoldiging. Zoals zal blijken uit het volgende hoofdstuk is het systeem in Nederland weerbarstiger.