Einde inhoudsopgave
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/
5.6.2.4 het verkrijgen van de toegang
M. Snippe, datum 20-10-2018
- Datum
20-10-2018
- Auteur
M. Snippe
- JCDI
JCDI:ADS381310:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
P.J. Wattel, De koevoet van de controleur, Column over de betredingsbevoegdheid van fiscale controleambtenaren, WFR 1989/5896, p. 1575.
De inzet van de sterke arm dient proportioneel te zijn. ABRvS 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4097, AB 2015/113.
Hof ’s-Hertogenbosch 31 december 1995, FutD 1994/919.
(Wfsv)
ABRvS 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4097, AB 2015/113.
CBb 21 november 2013, ECLI:NL:CBB:2013:248, AWB 12/1103.
ABRvS 31 januari 2007, LJN:AZ7426, AB 2007/53.
In bijzondere wetten zijn uitzonderingen opgenomen om toegang te verkrijgen zonder toestemming, zie par. 4.4.
De gebruiker is verplicht om de inspecteur – desgevraagd – toegang te verlenen tot de gebouwen en gronden. Bij weigering hoeft de inspecteur niet, zoals Wattel bepleit in zijn column, over een koevoet te beschikken.1 In dat geval kan de inspecteur toegang vorderen. Verwacht hij problemen dan kan hij zich laten begeleiden door de sterke arm.2 Voldoet de gebruiker ook niet aan deze vordering, dan kan sprake zijn van een strafbaar feit (art. 184 Sr).3 Dat houdt niet in dat de sterke arm de koevoet kan hanteren en toegang verkrijgen. Het opzettelijk niet voldoen aan het verlenen van toegang, waartoe hij verplicht is, kan overigens niet worden gekwalificeerd als een fiscale overtreding op grond van de AWR (art. 69 AWR). Wel kan dat bestuursrechtelijk worden beboet (art. 67ca AWR). De gebruiker kan de inspecteur – al dan niet met de begeleidende sterke arm – toestemming geven om zelfstandig een gebouw of grond te betreden. Die zelfstandigheid is niet opgenomen in de wettelijke verplichting. Voor de inspecteur is dat dan ook geen recht noch vanzelfsprekendheid, zo oordeelt de Nationale ombudsman.4
Voor de toezichthouder is expliciet bepaald dat hij zich toegang kan verschaffen tot alle plaatsen; ook hij kan zich laten begeleiden en zo nodig assisteren door de sterke arm. Het gebruik daarvan is geen vorm van machtsmisbruik.5 Voorzover het niet om een woning gaat mag een toezichthouder iedere plaats betreden. Een ieder moet dan alle medewerking verlenen die de toezichthouder redelijkerwijs kan vorderen.6 Deze nalevingsbevoegdheden zijn – uiteraard – alleen van toepassing als sprake is van toezicht op de naleving; ‘de medewerkingsplicht kan dus niet worden ingeroepen en gesanctioneerd bij bijvoorbeeld de uitvoering van wettelijke voorschriften’.7 De inspecteur noch de toezichthouder hebben de mogelijkheid om zelfstandig toegang te forceren.8