Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/1.3:1.3 Overgangssituaties
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/1.3
1.3 Overgangssituaties
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS414992:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Schuver-Bravenboer 2006b.
De Die 1979, p. 261-265.
Knigge 1984, p. 123.
Voermans 2000, p. 5; Weggeman beveelt de aanpak van Voermans aan (Weggeman 2001, p. 45).
Van der Beek 1992, p. 23, vermeldt: ‘Geen overgangsrecht zonder overgangssituatie’. Zie ook Haazen 2001, p. 83 en art. 68a lid 1 Overgangswet NBW.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In een eerder onderzoek naar overgangsmaatregelen die zijn getroffen bij de invoering van de Wet IB 2001, heb ik de verschillende soorten wetswijzigingen onderverdeeld in overgangssituaties.1 De achterliggende gedachte van het onderscheiden van overgangssituaties was dat elke overgangssituatie haar eigen problemen en oplossingen kent. Door per overgangssituatie in kaart te brengen met welke factoren rekening moet worden gehouden, zou gemakkelijker kunnen worden geanalyseerd of, en zo ja welke overgangsmaatregel moet worden getroffen.
In de literatuur zijn zowel voor- als tegenstanders te vinden van het onderscheiden van overgangssituaties. In de Nederlandse literatuur is De Die de eerste auteur geweest die een duidelijk onderscheid heeft aangebracht tussen verschillende soorten wetswijzigingen. De Die nam daarbij als uitgangspunt de uiteenlopende gevolgen die wetswijzigingen kunnen hebben voor feiten en toestanden.2 Enkele jaren later introduceert Knigge de term ‘overgangssituatie’.3 Hij heeft helaas evenwel geen nadere invulling aan dit begrip gegeven. Ook Voermans toont zich een voorstander van het categoriseren van wetswijzigingen. Hij betoogt:4
‘Vooral het blootleggen van de al dan niet oorzakelijke relaties tussen bestaande feiten, situaties en verhoudingen en in het verleden ontstane feiten, situaties en verhoudingen kan inzichten opleveren waarmee rekening moet worden gehouden bij het ontwerpen van overgangsrecht. (...) Het ontwerpen van een schema aan de hand waarvan kan worden geïnventariseerd en vergeleken kan bij een dergelijke analyse diensten bewijzen.’
Bij het ontwerpen van het overgangsrecht dat is getroffen bij de invoering van het nieuw BW speelde het begrip ‘overgangssituatie’ een belangrijke rol. De wetgever van het nieuw BW ging namelijk ervan uit dat er zonder overgangssituatie geen sprake kon zijn van overgangsrecht.5
Gedurende het onderzoek is mij gebleken dat het voor fiscale wetswijzigingen nuttig is om overgangssituaties te onderscheiden, doch dat hiervan niet mag worden verwacht dat elke situatie een unieke ‘overgangsoplossing’ krijgt. Slechts in een enkele situatie kunnen voor een overgangssituatie zodanig specifieke kenmerken worden gegeven, dat de vraag welk overgangsregime het meest gewenst is gemakkelijker kan worden beantwoord. Zo is de in par. 3.8 te bespreken compartimenteringsleer in beginsel alleen van toepassing als sprake is van een verandering in de bronvoorwaarden of een verandering in het inkomensbegrip. Bij een verandering in de bronvoorwaarden worden bepaalde inkomsten of vermogensbestanddelen voortaan tot een (andere) bron van inkomen gerekend. Een verandering van het inkomensbegrip is bijvoorbeeld het vervallen van een objectieve vrijstelling.
Anders dan ik heb gedaan in het onderzoek naar overgangsmaatregelen in de Wet IB 2001, zal ik daarom geen inventarisatie maken van overgangssituaties. Wel vind ik het belangrijk dat de gevolgen van wetswijzigingen, de verwachtingen van belastingplichtigen en de toepassing van de overige in deel II te bespreken beginselen van behoorlijk overgangsbeleid worden geanalyseerd. In deel III zal ik hieraan invulling geven. In zoverre komt mijn aanpak overeen met die van Voermans.