De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/168:168 Voetbaltrainers en bestuurders: mobiliteit en armslengte afstand
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/168
168 Voetbaltrainers en bestuurders: mobiliteit en armslengte afstand
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS372629:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bebchuk & Fried 2004, p. 21.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eerste categorie van Gordon en Dew-Becker heeft betrekking op de “superstars in the sports and entertainment industries”. Mijns inziens kunnen toptrainers die voornamelijk afhankelijk zijn van een vast salaris niet (of niet volledig) onder deze categorie worden geschaard. Denk bijvoorbeeld aan José Mourinho of Louis van Gaal die, zo wordt aangenomen, een uitzonderlijk talent bezitten, maar wiens inkomsten afhangen van een vast salaris en eventuele bonussen indien het kampioenschap of toegang tot de Champions League wordt gehaald. Moet de (top)bestuurder niet veel meer geschaard worden in de categorie van de toptrainer?
Als gekeken wordt naar de totstandkoming van het salaris van een toptrainer dan kent deze twee karakteristieken: armlengte onderhandelingen en mobiliteit. Het salaris van de toptrainer komt tot stand door de onderhandelingen tussen het bestuur van de club en de trainer (althans zijn zaakwaarnemer). Wat deze onderhandelingen betreft bestaat er weinig twijfel dat ze op armlengte afstand plaatsvinden. Het bestuur onderhandelt in het belang van de club, terwijl de trainer voor zijn eigen portemonnee onderhandelt. En wanneer een overeenkomst wordt gesloten tussen twee onafhankelijke (geïnformeerde) partijen, dan wordt in het algemeen aangenomen dat het resultaat een efficiënte overeenkomst is.1
Ten tweede wordt de hoge mobiliteit van trainers feitelijk waargenomen. Er is een duidelijke markt voor toptrainers, waarbij de beste trainer uiteindelijk door de beste clubs worden gecontracteerd en de minder getalenteerde trainer in de lagere competities uitkomt. Deze mobiliteit is zowel nationaal als internationaal als intercontinentaal waar te nemen.
Bij de aanname van een efficiënte markt voor bestuurders spelen nu juist de armlengte onderhandelingen en mobiliteit een belangrijke rol. Aanhangers van de officiële visie (de optimaal contracttheorie) zijn het meest overtuigd van het bestaan van een efficiënte markt voor bestuurders, waarbij wordt aangenomen dat raden van commissarissen wel op armlengte onderhandelen, maar in de greep van de markt zitten vanwege de potentiële mobiliteit van de bestuurder. De managerial powertheorie uit weliswaar gefundeerde kritiek op de aanname dat de onderhandelingen tussen bestuurders en commissarissen over de bezoldiging van bestuurders op armlengte afstand plaatsvinden, maar dat neemt niet weg dat de vaststelling van de bezoldiging van bestuurders aan min of meer dezelfde marktdynamiek onderhevig is als de bezoldiging van de toptrainer.
Het onderhandelen op armlengte afstand daargelaten is het dus voornamelijk de vraag in hoeverre de aanname van de potentiële mobiliteit van bestuurders op waarheid berust. Vastgesteld kan worden dat de mobiliteit van bestuurders niet zo duidelijk waar te nemen is als bij toptrainers. Desalniettemin speelt de mobiliteit van bestuurders en de daaraan gekoppelde ‘outside opportunities’ een cruciale rol bij het vaststellen en het rechtvaardigen van het niveau van de bezoldiging van bestuurders. Ter verdediging van de efficiënte markt voor bestuurders en het gebruik van referentiegroepen kan gewezen worden op het feit dat in de praktijk voorbeelden te vinden zijn van bestuurders die overstappen van de ene beursgenoteerde onderneming naar de andere. De mobiliteit van bestuurders verdient derhalve nader onderzoek.