V-N 2019/49.21
Juiste belangenafweging door verwijzingshof over inbreng bewijsstukken betreffende waardeontwikkeling
HR 11-10-2019, ECLI:NL:HR:2019:1573, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 oktober 2019
- Magistraten
De Groot, Overgaauw, Fierstra, Wortel, Beukers-van Dooren
- Zaaknummer
19/00230
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS89421:1
- Vakgebied(en)
Waardering onroerende zaken (V)
Fiscaal procesrecht / Bewijs
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:1573, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑10‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑10‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:795, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑07‑2019
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat het verwijzingshof niet heeft miskend dat het na verwijzing het belang van X GmbH bij het alsnog leveren van bewijs van een lagere waarde van de onroerende zaken in zijn overwegingen moest betrekken.
Samenvatting
X GmbH is eigenaresse van een kantoorgebouw dat bestaat uit vijf bouwlagen. Voor de Wet WOZ bestaat het object uit vier WOZ-objecten. De WOZ-waarde 2014 wordt door de gemeente Zoetermeer, naar de waardepeildatum 1 januari 2014, vastgesteld op € 5.269.000. Het kantoorgebouw wordt op 3 november 2015 verkocht voor € 4.887.213. In geschil zijn de WOZ-waarden 2015 van deze objecten. In ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.