V-N 2025/33.22
PVV-heffing kan niet meer worden bestreden bij IB-navorderingsaanslag
HR 11-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1131, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 juli 2025
- Magistraten
Feteris, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
24/04449
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD16746:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
Premieheffing / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1131, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:651, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 06‑06‑2025
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de navorderingsaanslag niet kan worden verminderd voor zover teveel premie zou zijn geheven bij de aanslag. De navorderingsaanslag heeft namelijk alleen betrekking op de IB.
Samenvatting
De inspecteur legt een IB/PVV-aanslag 2011 op aan belanghebbende, X. Hierbij wordt naast IB ook het maximale premiebedrag voor het jaar 2011 (€ 10.415) geheven. Uit een door de Belastingdienst uitgevoerd derdenonderzoek bij het A-concern blijkt dat X inkomsten heeft ontvangen via Q Ltd., een Maleisische vennootschap van het A-concern dat een technisch detacheringsbureau in de olie- en gasindustrie exploiteert. X heeft deze inkomsten niet aangegeven. De inspecteur ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.