Inhoudsopgave
WFR 2025/339:Cash-and-carry Arbitrage ≠ Dividendstripping (Deel 2)
WFR 2025/339
Cash-and-carry Arbitrage ≠ Dividendstripping (Deel 2)
Strafrechtelijke bewijsdrempels in arbitragehandel-zaken
Documentgegevens:
Mr. D.J. Franssen, datum 08-12-2025
- Datum
08-12-2025
- Auteur
Mr. D.J. Franssen1
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD37360:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Anti-misbruik
Fiscaal procesrecht / Bewijs
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
Fiscaal bestuursrecht / Aangifte
Dividendbelasting / Algemeen
Fiscaal strafrecht (V)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Boete
- Wetingang
Art. 69 AWR; art. 4 Wet DB 1965; art. 25 Wet VPB 1969, art. 52 AWR, art. 67d AWR, art. 67e AWR
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit tweede deel van het tweeluik bouwt voort op het eerste deel en verplaatst de discussie naar het strafrecht. De auteur betoogt dat in een strafzaak in zijn optiek niet overtuigend kan worden bewezen dat opzettelijk een onjuiste aangifte is ingediend wanneer de officier van justitie – voor wat betreft het bewijs voor handel met een minder gerechtigde partij – in zijn bewijsconstructie volstaat met een verwijzing naar de prijsstelling van de derivaten. Dit tweede deel vormt het sluitstuk van het tweeluik.
1. Introductie
In het eerste deel (WFR 2025/333) van het tweeluik heb ik aan de hand van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.