Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/380
380 The devil is in the detail
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS369090:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Ook Verburg merkt overigens op dat de raad van commissarissen bij de algemene vergadering ‘te biecht’ kan, indien de raad van commissarissen op goede gronden meent op ad hoc basis te moeten afwijken en deze afwijking niet binnen de interpretatieruimte valt op te lossen. Het is geen vreemde gedachte dat dit vanwege het ontbreken van voldoende volmacht op straffe van nietigheid ook moet gebeuren, aldus Verburg. Verburg 2015, p. 74.
In sommige gevallen kan het in het voordeel zijn van de vennootschap om een bestuurder een bepaalde vertrekvergoeding als smeermiddel mee te geven zodat hij stilletjes via de achterdeur verdwijnt. Ook is denkbaar dat een externe bestuurder, voordat hij akkoord gaat met een overstap naar de beursgenoteerde onderneming, zeker wil zijn van een bepaalde vergoeding voor de aandelen die hij bij zijn vorige werkgever achterlaat (een welkomstbonus).
Zie Verburg 2015, p. 74; Schoordijk 2010, p. 269.
Resumerend is het aldus de algemene vergadering die bevoegd is de uiterlijke grenzen van het bezoldigingsbeleid vast te stellen waarbinnen de raad van commissarissen mag acteren. Is in het bezoldigingsbeleid niet voorzien in een bepaalde bezoldigingsvorm, dan valt een dergelijke vorm buiten het bestek van het bezoldigingsbeleid en dus buiten het instrumentarium van de raad van commissarissen.
Het is overigens niet zo, dat door deze voorgestane strikte benadering van art. 2:135 BW de raad van commissarissen vleugellam wordt gemaakt. Het staat de raad van commissarissen uiteraard vrij onder de opschortende voorwaarde van goedkeuring door de algemene vergadering een bepaalde bezoldigingsregeling overeen te komen.1 In de meeste gevallen zal dit weinig problemen opleveren, omdat toch een algemene vergadering bijeen moet worden geroepen (denk bijvoorbeeld aan de voorgenomen benoeming van een bestuurder). Desalniettemin blijven er uitzonderingssituaties denkbaar.2 Wil de algemene vergadering op deze situaties anticiperen dan zal het bezoldigingsbeleid daarvoor de ruimte moeten bieden. Het is immers de algemene vergadering die bepaalt hoe gedetailleerd het bezoldigingsbeleid dient te zijn. Daarbij roep ik in herinnering dat het bezoldigingsbeleid in de regel wordt opgesteld door de raad van commissarissen en in de praktijk dusdanig ruim wordt geformuleerd dat de raad van commissarissen de nodige armslag wordt gegeven.3