Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/116
116 Beperking van het cognitieve vermogen
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS366581:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Easterbrook 1959, p. 183-201.
Zie ook Winter 2010, p. 5
Glucksberg 1962, p. 36-44. Glucksberg was op het spoor gebracht door een promotieonderzoek van Louise Brightwell Miller. Miller deed een onderzoek waarbij kinderen van 9 jaar gezichten op tekeningen moesten herkennen. Tegen de verwachtingen van haar en haar promotor in bleken de kinderen die een monetaire beloning aangeboden hadden gekregen meer fouten te maken dan de kinderen die geen geld konden verdienen, waarbij de hoogte van de beloning niet uitmaakte, zie Miller & Estes 1961, p. 501-504.
Duncker 1945, p. i-113 (vertaald door Lynne S. Lees). Naast het ‘box problem’ ook wel aangeduid als het ‘candle problem’ kregen de deelnemers vier andere taken, het ‘gimlet problem’, het ‘pliers problem’, het ‘weight problem’ en het ‘paperclip problem’.
https://www.youtube.com/watch?v=vJG698U2Mvo (een video van Daniel Simons en Christopher Chabris). Er zijn talloze andere voorbeelden te vinden. Zie ook Winter 2010, p. 5. Winter wijst ook op een kaarttruc waarvan de kleur wijzigt hetgeen de kijker totaal ontgaat: https://www.youtube.com/watch?v=voAntzB7EwE.
Dorff 2014, p. 143, noot 55; Zie Cheng, Subramanyam & Zhang 2007. Dit is één van de redenen waarom Coca Cola in 2002 aangaf niet meer aan kwartaalverslaggeving te doen.
Winter 2010, p. 5. Kahneman 2011.
Dorff 2014, p. 143.
Condry & Chambers 1978, p. 61-84; Pink 2010. Zie ook http://www.ted.com/talks/dan_pink_on_motivation.html.
Suboptimale motivatieniveaus zijn niet de enige oorzaak voor slechtere prestaties. Een toename van de extrinsieke motivatie kan tevens een negatief effect hebben op prestaties doordat het aandachtsgebied van de ontvanger teveel wordt beperkt door de financiële prikkel. Juist bij taken waar inzicht en creativiteit nodig zijn, kan een beperkte focus negatief uitwerken.1 Creativiteit en inzicht hebben een ruime blik nodig – het zogenoemde ‘out of the box’ denken – om ongebruikelijke verbanden tussen elementen te leggen.2
In het onderzoek van Glucksberg staat de beperking van het aandachtsgebied door financiële prikkels centraal.3 Hij maakt in zijn onderzoek gebruik van een experiment van Duncker. De deelnemers krijgen een kaars, een doosje met punaises en een doos met lucifers. Aan de deelnemers wordt gevraagd de kaars zo aan de muur vast te maken dat het kaarsvet niet op de daaronder staande tafel lekt. De meeste deelnemers proberen de kaars aan de muur vast te maken met een punaise of de kaars met kaarsvet aan de muur te bevestigen. Slechts een handjevol deelnemers gebruikt de doos waar de lucifers inzitten en bevestigt deze aan de muur met de punaises, zodat de doos kan dienen als een platform waarop de kaars kan staan. Duncker noemt dit fenomeen ‘functional fixness’: we dichten de doos slechts één functie toe en zien niet dat de doos ook op een andere manier kan worden gebruikt.4 Glucksberg ontdekte nog iets anders. De deelnemers die een beloning aangeboden krijgen doen er substantieel langer over om het probleem op te lossen dan de deelnemers die slechts te horen krijgen dat hun tijd wordt opgenomen om erachter te komen hoe snel mensen het probleem kunnen oplossen. De aangeboden financiële prikkel verminderde de creativiteit en het vermogen om problemen op te lossen van de deelnemers.
De beperkende werking van financiële prikkels op ons denkvermogen wordt verklaard door het proces dat in de psychologie ‘inattentional blindness’ wordt genoemd. Wij zien slechts datgene waarnaar wij op zoek zijn, terwijl alles waar wij niet naar op zoek zijn door ons over het hoofd wordt gezien.
In een befaamde video over een basketbalteam met witte en met zwarte shirts wordt deze inattentional blindness op ontstellende wijze geopenbaard. Aan de kijker wordt gevraagd om te tellen hoe vaak het witte team de bal naar elkaar overspeelt. Door de aandacht op het spel van het witte team te richten mist de kijker compleet dat iemand in een zwart gorillapak zich tussen de spelers manoeuvreert, zichzelf op zijn borst slaat en vervolgens weer verdwijnt.5
Inattentional blindness kan een rol spelen in iedere situatie waarbij de aandacht uitgaat naar een bepaalde taak of opdracht. Uit een onderzoek naar bedrijven die vanwege hun verslaggeving gericht zijn op kwartaalcijfers blijkt, dat deze bedrijven de voorspellingen van analisten vaker halen en op de korte termijn betere resultaten laten zien dan bedrijven die zich meer richten op lange termijn doelstellingen. Uit hetzelfde onderzoek komt ook naar voren dat de eerste groep ondernemingen substantieel minder uitgeven aan onderzoek en ontwikkeling vanwege het gebrek aan aandacht voor de lange termijn. Ook blijft de ontwikkeling van de inkomsten bij deze bedrijven op de lange termijn achter.6
Deze ‘narrow focus’ speelt in het bijzonder wanneer men ingewikkelde taken moet uitvoeren waarbij het verwerken van complexe informatie vereist is, juist die taken waar een bestuurder van een beursgenoteerde onderneming mee te maken heeft.7
In het verlengde hiervan kan het vooruitzicht op een bonus ervoor zorgen dat een bestuurder in gedachten te veel bezig is met de toekomst (ofwel met een gouden toekomst waarbij de bonus is behaald, dan wel met een moedeloze toekomst vanwege het mislopen van de bonus). Zowel het fantaseren over het hebben van de bonus als de nachtmerrie over het mislopen van de bonus leiden af van de taak die gedaan moet worden. Denk bijvoorbeeld aan Van Gorkom en zijn (mogelijke) angst voor het mislopen van een premie op zijn aandelen.8
Vorenstaande is in overeenstemming met de conclusie van Condry en Chambers dat beloningen de aandacht afleiden van de handeling zelf en verleggen naar een manier om de beloning te ontvangen.9 We worden verblind door de ‘wortel’ die ons voor ogen wordt gehouden.