De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/415:415 De aanpassingsbevoegdheid in rechtsvergelijkend perspectief
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/415
415 De aanpassingsbevoegdheid in rechtsvergelijkend perspectief
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS369095:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer art. 2:135 lid 6 BW wordt afgezet tegen §87 (2) AktG, dan valt op dat deze laatste regeling enerzijds beperkter is vormgegeven, doordat daarin expliciet is opgenomen dat aanpassing slechts mogelijk is als de toestand van de vennootschap verslechterd is én uitkering van de bonus daarom onbillijk is voor de vennootschap. Doordat in Nederland een dergelijke explicitering niet is opgenomen, lijkt de Nederlandse regeling in eerste instantie toepasbaar op een ruimer pallet aan omstandigheden. Het is maar zeer de vraag of dat in de praktijk ook zo is. Anderzijds is de Duitse regeling ruimer aangezien in Duitsland de gehele bezoldiging kan worden aangepast. De aanpassingsbevoegdheid in Nederland ziet (slechts) op het niet vaste deel.
De maatstaf voor het aanpassen van de bezoldiging in geval van een verslechterde financiële situatie lijkt in Duitsland minder streng te zijn dan in Nederland. In Duitsland dient het doorgaan met het betalen van de bezoldiging immers onbillijk te zijn voor de vennootschap. In Nederland wordt pas aan aanpassing toegekomen indien uitkering van de bonus naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. In de praktijk lijkt ook dit onderscheid echter weinig uit te maken. Zowel in Duitsland als in Nederland is de horde voor toepassing van de redelijkheidstoets even onneembaar. Concluderend kan gesteld worden dat Nederland een redelijkheidstoets heeft geïntroduceerd, waarmee de raad van commissarissen geen nieuw instrument in handen heeft gekregen om bonussen aan te passen, welke regeling veelal gelijk is aan de Duitse regeling en waarover onze oosterburen ons voor de invoering al konden vertellen dat het een dode letter zou blijken.