De notaris en gelijk oversteken
Einde inhoudsopgave
De notaris en gelijk oversteken (AN nr. 184) 2024/1:Deel 1 Achtergrond
De notaris en gelijk oversteken (AN nr. 184) 2024/1
Deel 1 Achtergrond
Documentgegevens:
mr. T.J. Bos, datum 01-05-2023
- Datum
01-05-2023
- Auteur
mr. T.J. Bos
- JCDI
JCDI:ADS941745:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het vijfde hoofdstuk van dit boek bevat (de bespreking van) twee publicaties:
T.J. Bos, ‘Als tweede komen maar als eerste malen’, NTBR 2020/39.
T.J. Bos, ‘Daadwerkelijk presteren, gelijk oversteken en conserveren’, WPNR 2022/7370.
Deze publicaties zijn in een later stadium van mijn onderzoek verschenen. De eerste is geschreven vóór het in het vorige hoofdstuk besproken artikel in het EPLJ, de tweede daarna.
De Vormerkung bewerkstelligt dat de koper van het gekochte registergoed de levering kan afdwingen, zelfs ná het faillissement van de verkoper. Artikel 505 lid 3 Rv biedt een vergelijkbaar resultaat, in die zin dat de koper zijn verkrijging kan inroepen jegens een (verhaals)beslaglegger, terwijl de levering (het inschrijven van de leveringsakte) ná het leggen van beslag (inschrijving van het proces-verbaal) heeft plaatsgevonden. Het eerste artikel – verschenen in het NTBR in 2020 – vormt een analyse van dergelijke instrumenten in het Nederlandse privaatrecht, en bespreekt bijvoorbeeld de vraag waarom de koper van een registergoed die zijn koopovereenkomst heeft ingeschreven (als bedoeld in art. 7:3 BW) zijn recht op levering tegen zowel andere kopers als verhaal zoekende schuldeisers kan inroepen, terwijl de regel van artikel 505 lid 3 Rv een koper louter beschermt tegen verhaal zoekende schuldeisers. Het artikel vormt in zekere zin een eerste aanzet tot het in de EPLJ-publicatie beschreven raamwerk.
De tweede publicatie is in 2022 verschenen in het WPNR en bevat de ‘vertaalslag’ van de materie beschreven in het hierboven genoemde artikel naar de Nederlandse notariële praktijk. De publicatie analyseert de rol die dergelijke instrumenten reeds toekomt in de huidige notariële praktijk en beargumenteert dat een uitbreiding van het toepassingsbereik van deze instrumenten zekere voordelen met zich zou kunnen brengen. Deze publicatie bouwt voort op het raamwerk geschetst in de EPLJ Wolters-publicatie die in het vorige hoofdstuk aan de orde kwam.