AB 2016/262
Beroep op vertrouwensbeginsel ter onderbouwing van een boetematigingsverweer wegens verminderde verwijtbaarheid slaagt niet. Wettelijk boetetarief Huisvestingsverordening evenredig.
RvS 16-09-2015, ECLI:NL:RVS:2015:2881, m.nt. O.J.D.M.L. Jansen
- Instantie
Raad van State
- Datum
16 september 2015
- Magistraten
Mrs. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, A. Hammerstein, J.J. van Eck
- Zaaknummer
201501067/1/A3
- Noot
O.J.D.M.L. Jansen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS924087:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Volkshuisvesting en wonen / Woningbouw
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2015:2881, Uitspraak, Raad van State, 16‑09‑2015
- Wetingang
Art. 30, 85a Huisvestingswet; art. 5:46 lid 3 Awb
Essentie
Boete Huisvw. Vertrouwensbeginsel. Verwijtbaarheid. Evenredigheid wettelijk boetetarief.
Samenvatting
Voor zover appellant betoogt dat hem ter zake van de overtreding geen verwijt valt te maken, zal hij dit aannemelijk moeten maken. Appellant is daar met het door hem gedane beroep op het vertrouwensbeginsel niet in geslaagd. Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is nodig dat aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. De op te leggen boetebedragen zijn bij verordening vastgesteld. Art. 6 EVRM sluit een systeem ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.