Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/23.3.2.2:23.3.2.2 Grootrecht
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/23.3.2.2
23.3.2.2 Grootrecht
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS488455:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Naar mijn oordeel wordt in het Arubaans en Nederlands-Antilliaans Nieuw Burgerlijk Wetboek in art. 5:68, laatste zinsdeel, ten onrechte gesproken over ‘op het erf van de andere mede-eigenaren uitloost’.
Parl. Gesch. Boek 5, p. 241.
Smalbraak 1980, p. 71.
Broekhuijsen-Molenaar, Zakelijke rechten, art. 5:68, aant. 4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 5:68 luidt:
‘Iedere mede-eigenaar mag op de mandelige scheidsmuur tot op de helft der dikte een goot aanleggen, mits het water niet op het erf van de andere mede-eigenaar uitloost.’1
Dit artikel komt overeen met art. 686 BW (oud), zoals hiervoor besproken.
Deze bepaling is van regelend recht. Bij regeling als bedoeld in art. 3:168 kunnen partijen hiervan afwijken (vgl. art. 5:69).
Ook dit artikel is opgenomen om redenen zoals hiervoor onder 23.3.2.1 ten aanzien van art. 5:67 lid 1 vermeld.2 Smalbraak merkt het gootrecht aan als een normale gebruikshandeling.3 Ik deel deze mening.
Volgens Broekhuijsen-Molenaar4 is deze bepaling voor de praktijk weinig relevant. Volgens haar ligt het meer in de rede om de goot aan te leggen over de gehele breedte van de muur. Uiteraard is dan medewerking van de andere eigenaar nodig. In beide gevallen werkt volgens haar de natrekkingsregel. Dat wil zeggen: de eigenaren van de muur worden eigenaren van de goot. Dit lijkt mij juist. Wel blijft uiteraard het gebruik ‘gelokaliseerd’. Alle kosten van de goot komen toe aan de gebruiker.