De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/120:120 Killing conscience
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/120
120 Killing conscience
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS366582:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het introduceren van de financiële prikkels verandert derhalve de sociale context en juist daarin schuilt gevaar. Zoals hiervoor besproken is de sociale context één van de belangrijkste determinanten voor zowel het aanzetten tot coöperatief en pro-organisatorisch gedrag als het handelen in het eigen belang. Door het invoeren van een monetaire prikkel verandert een relationele situatie die gedomineerd wordt door bepaalde sociale normen in een markttransactie waarbij handelen in het eigen belang gepast is. Deckop et al. verwijzen naar verschillende studies waaruit blijkt dat werknemers die bezoldigd worden met prestatiebeloningen minder geneigd zijn om ‘organizational citizenship behavior’ te vertonen.1 De wijze van belonen verdrijft een fundamentele bouwsteen voor succes, namelijk de wil om harder en eerlijker te werken dan iemand op basis van de letter van zijn overeenkomst verplicht is. Stout spreekt in dit geval over ‘killing conscience’.2
Het negatieve effect van financiële prikkels op altruïstisch gedrag is zelfs zo krachtig dat de participanten die in een onderzoek betaald kregen voor het spelen van een potje Monopoly vervolgens minder snel geneigd waren één van de onderzoekers te helpen met het oppakken van potloden die direct na het spelen van het potje ‘per ongeluk’ op de grond waren gevallen.3
Volgens Stout ondermijnen prestatiebeloningen de belangrijkste parameters die normaliter aanzetten tot altruïstisch gedrag binnen een organisatie, namelijk (i) het gevoel van zelfbeschikking, (ii) het gevoel onderdeel uit te maken van een groter geheel en daaraan bij te dragen, (iii) het idee dat anderen ook altruïstisch handelen en (iv) de perceptie op wat het beste is voor de onderneming. Hierdoor wordt handelen in het eigen belang binnen de onderneming gestimuleerd.
Het eerder aan de orde gekomen controlerende aspect van financiële prikkels beïnvloedt het gevoel van zelfbeschikking van de agent. Extrinsieke materiële prikkels ondermijnen tevens de eenheid binnen een organisatie, omdat individuen aangezet worden te geloven dat hun beloning en succes afhangt van hun eigen inspanningen in plaats van de inspanningen van de groep. Het feit dat andere werknemers of bestuurders ook een prestatiebeloning ontvangen versterkt vervolgens de – door onze self-serving bias gevoede – gedachte dat anderen geneigd zijn in hun eigen belang te handelen. Hierdoor wordt handelen in het eigen belang genormaliseerd. Daar komt bij dat uit het belonen voor prestatie impliciet de gedachte voortvloeit dat het najagen van ieders eigen belang gestimuleerd wordt en dat het handelen in het eigen belang juist in het voordeel is van de onderneming. Door de werkgever wordt het signaal afgegeven dat overige inspanningen niet beloond zullen worden omdat de werknemer onafhankelijk van die inspanningen slechts betaald wordt als bepaalde prestatiemaatstaven zijn behaald.4 Veel aanmoediging voor de agent om ander gedrag te vertonen is er dan ook niet, ook als dat gedrag juist in het voordeel van de onderneming is.