NJ 1970, 58
HR, 03-06-1969
HR 03-06-1969, ECLI:NL:PHR:1969:AB3630
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
3 juni 1969
- Magistraten
Feber, Kazemier, Moons, Fikkert, Van Dijk
- Zaaknummer
[1969-06-03/NJ_52460]
- LJN
AB3630
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Materieel strafrecht / Sancties
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1969:AB3630, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 03‑06‑1969
ECLI:NL:PHR:1969:AB3630, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑06‑1969
- Wetingang
Sr art. 55; RVV art. 37
Essentie
Art. 37 RVV is ten opzichte van art. 25 WVW te beschouwen als een bijzondere strafbepaling in de zin van art. 55 lid 2 Sr., hetgeen meebrengt, dat alleen de bijzondere strafbepaling in aanmerking komt.
Nu in het bewezen verklaarde subsidiair telastegelegde niet alle elementen worden gevonden van het feit, omschreven in vorenbedoelde strafbepaling, terwijl het bewezen verklaarde evenmin krachtens enige andere in aanmerking komende wettelijke bepaling strafbaar is, behoort rekw. van alle rechtsvervolging te worden ontslagen.
Samenvatting
Het Hof heeft overwogen, dat tot gemelde bewezenverklaring reden geven de feiten en omstandigheden in de voorschreven bewijsmiddelen vervat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.