Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/6.3.2:6.3.2 Coherentie en plausibiliteit
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/6.3.2
6.3.2 Coherentie en plausibiliteit
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Pennington & Hastie 1993, p. 199.
Bex 2009, p. 87 en 74.
Crombag, Van Koppen & Wagenaar 2005, hfst. 4.
In dit verband werd dat detail overigens niet gebruikt ter ondersteuning van de geloofwaardigheid van de getuigenverklaringen. Dat de personen waren verkracht stond niet ter discussie. Het daderschap van de verdachte wel. Met behulp van zogenaamd schakelbewijs werd de verdachte aan deze verkrachtingen gekoppeld.
Zie hoofdstuk 11.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een ander kenmerk dat enige aandacht verdient, is de coherentie of plausibiliteit van een getuigenverklaring. Het begrip coherentie heeft geen vastomlijnde betekenis maar heeft betrekking op de samenhang en narratieve structuur van de verklaring. Het begrip coherentie komen we onder andere tegen in het story model van Pennington en Hastie zoals besproken in hoofdstuk 2. Hun theorie is dat juryleden bij het beslissen in strafzaken gebruik maken van verhalen, waarbij het verhaal dat het grootste deel van het bewijsmateriaal dekt en in de ogen van het jurylid het meest coherent is wordt geaccepteerd. Het concept van coherentie heeft in hun theorie drie componenten, te weten consistentie, plausibiliteit en volledigheid. Onder consistentie wordt verstaan dat het verhaal geen interne contradicties bevat. Plausibiliteit heeft betrekking op de mate waarin het verhaal consistent is met echte of ingebeelde gebeurtenissen in de wereld. Volledigheid refereert aan de mate waarin de verklaring alle onderdelen heeft.1 Bex gaat uit van soortgelijke criteria. ‘There are three criteria for determining the coherence of a story: the story has to conform to a plausible story scheme, it has to be internally plausible (i.e. its events and causal relations should be plausible) and the story should be internally consistent’.2 Verklaringen van getuigen behelzen in de kern ook een verhaal dat in meer of mindere mate coherent is. Verklaringen kunnen als coherent worden aangemerkt als zij geen interne contradicties of onverklaarbare leemtes bevatten en als de inhoud plausibel is, dat wil zeggen aansluit bij onze algemene kennis over de wereld. Onverwachte wendingen en onduidelijke causale relaties in het ‘plot’ doen afbreuk aan de coherentie van de verklaring.
Het ligt voor de hand om bij de beoordeling van verklaringen te kijken naar de coherentie. Het feit dat een verklaring coherent is, draagt bij aan de geloofwaardigheid. Als een verklaring niet coherent is, dan kan dat aanleiding zijn om deze als ongeloofwaardig aan te merken. Echter, een nadere toets is wel op zijn plaats. Vanuit de rechtspsychologie is gewezen op het gevaar van ‘goede’ verhalen. Het risico bestaat dat het goede verhaal zonder nadere onderbouwing met bewijsmateriaal wordt geaccepteerd, terwijl een ‘slecht’ verhaal dat wel externe steun vindt in de feiten wordt genegeerd.3 Een coherent verhaal hoeft niet altijd waar te zijn. En andersom, ook incoherente verklaringen kunnen waar zijn. De aanwezigheid van onwaarschijnlijke elementen kan soms zelfs een teken zijn dat de verklaring waarheidsgetrouw is. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin meerdere getuigen onafhankelijk van elkaar verklaren over zo’n onwaarschijnlijk detail, zoals het geval was in de scheperzaak, waarin meerdere getuigen hadden verklaard over verkrachting met behulp van een kitkat.4 Een andere reden om niet teveel waarde te hechten aan de coherentie van een verhaal neergelegd in een schriftelijk verslag, is dat de narratieve structuur in belangrijke mate wordt bepaald door de persoon die de verklaring optekent.5 De mate waarin mensen in staat zijn om een coherent verhaal te vertellen is ook zeer afhankelijk van de persoon in kwestie en de omstandigheden waaronder hij wordt gehoord.