FED 2026/49
Van toepassing zijnde socialezekerheidswetgeving. Criteria beoordelen of substantieel gedeelte van werkzaamheden in woonstaat is verricht. Eindarrest na door HvJ EU beantwoorde prejudiciële vragen.
HR 21-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1726, m.nt. dr. F.M. Werger
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 november 2025
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Cools, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
22/02795 bis
- Noot
dr. F.M. Werger
- JCDI
JCDI:BSD105671:1
- Vakgebied(en)
Internationale sociale zekerheid / Verzekeringsplicht
Internationale sociale zekerheid / Bijzondere onderwerpen
Europees belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1726, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑11‑2025
- Wetingang
Art. 13 lid 1 Verordening EU 883/2004 (Basisverordening); art. 14 lid 8 en 10 Verordening EU 987/2009 (Toepassingsverordening)
Essentie
Van toepassing zijnde socialezekerheidswetgeving. Criteria beoordelen of substantieel gedeelte van werkzaamheden in woonstaat is verricht. Eindarrest na door HvJ EU beantwoorde prejudiciële vragen.
Samenvatting
Belanghebbende woonde in 2016 in Nederland. Van 4 februari 2016 tot en met 31 december 2016 was hij werkzaam op een binnenvaartschip dat in Nederland is geregistreerd. Een in Nederland geregistreerd en gevestigd scheepvaartbedrijf is eigenaar en exploitant van het schip. Belanghebbende stond in deze periode op de loonlijst van een werkgever in Liechtenstein. Hij verrichtte toen werkzaamheden in België, Duitsland en Nederland. Het schip heeft in het jaar 2016 volgens het vaartijdenboek ongeveer ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.