V-N 2025/44.3
Oordeel over onzakelijkheid kosten volgens A-G Wattel onvoldoende onderbouwd
HR (Parket) 08-08-2025, ECLI:NL:PHR:2025:841, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
8 augustus 2025
- Zaaknummer
24/04372
- Conclusie
Conclusie A-G Wattel
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD26217:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Bewijs
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2025:841, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑08‑2025
- Wetingang
Essentie
Advocaat-generaal Wattel concludeert dat het hof zijn conclusie, dat B BV en X zich bewust (moeten) zijn geweest dat de licentie-vergoedingen voor het grootste deel zijn uitgegeven ter bevrediging van de persoonlijke behoeften van X, onvoldoende onderbouwt. Dat sprake is van een wanverhouding tussen de vergoeding in verhouding tot het nut voor de onderneming van de BV is daartoe onvoldoende.
Samenvatting
De aandelen B BV worden gehouden door belanghebbende, X. Naar aanleiding van een boekenonderzoek legt de inspecteur een VPB-navorderingsaanslag 2007 op aan B BV, omdat een door B BV aan SPF C betaalde licentievergoeding volgens ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.