Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/6.5.2:6.5.2 Zekerheid
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/6.5.2
6.5.2 Zekerheid
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een aspect dat zich minder makkelijk laat onderbrengen in de hier gepresenteerde gebieden, betreft de zekerheid of stelligheid waarmee een getuige een verklaring aflegt. De mate van zekerheid waarmee een getuige kan verklaren, is vanzelfsprekend afhankelijk van de kwaliteit van zijn waarneming en de mate waarin hij in staat was om hetgeen waarover hij wordt bevraagd, goed te zien. Echter, de mate van zekerheid waarmee een getuige zijn waarnemingen presenteert, is ook erg afhankelijk van de persoon in kwestie. In de rechtspsychologie wordt zekerheid dan ook eerder gezien als een eigenschap van de persoon die de verklaring aflegt, dan een karakteristiek van de verklaring zelf.1 Zekerheid kan ook worden gezien als een kwalificatie die de getuige zelf geeft aan de geloofwaardigheid van zijn eigen verklaring. Om die reden wordt dit besproken onder het kopje presentatie.
Onderzoek van Wolters en Odinot naar de verhouding tussen zekerheid en accuratesse laat zien dat de relatie tussen beide gering is.2 Weliswaar is informatie die met grote zekerheid wordt herinnerd vaker juist dan informatie die met lage zekerheid wordt herinnerd, maar zekerheid in de presentatie is over het geheel genomen geen betrouwbare indicator voor de juistheid of accuratesse van de verklaring. Het feit dat de getuige de verdachte met zekerheid herkent of zich een voorval zeker weet te herinneren, wil niet zeggen dat de herkenning of herinnering ook daadwerkelijk juist is. In experimentele studies zijn getuigen zekerder bij een juiste identificatie, maar zij wijzen niet zelden met veel zekerheid de onjuiste persoon aan. De relatie tussen zekerheidsoordelen en accuratesse ligt bij het herinneren van gebeurtenissen enigszins hoger dan bij het herkennen van personen, maar is meestal nog steeds onvoldoende om te kunnen dienen als indicator voor accuratesse.3
Er zijn echter variabelen die de relatie tussen zekerheid en accuratesse positief kunnen beïnvloeden. Zo worden mensen met een opvallend uiterlijk beter en met meer zekerheid herkend dan personen met doorsnee uiterlijke kenmerken. Ook getuigen die bij een Osloconfrontatie direct iemand aanwijzen, zijn vaker correct in hun identificatie dan personen die er langer over doen. In beide gevallen is echter niet de zekerheid van de getuige, maar de herinnering van het uiterlijke kenmerk respectievelijk de beslissingssnelheid de indicator voor accuratesse. De enige conditie waaronder zekerheid binnen de juridische context wel als acceptabele indicator voor accuratesse kan dienen, betreft gebeurtenissen die binnen een week met maximale zekerheid worden herinnerd. Van belang is dan dat aan alle randvoorwaarden voor een deugdelijk verhoor is voldaan en geen tussentijdse beïnvloeding van de getuige heeft plaatsgevonden. Wolters en Odinot benadrukken echter dat zekerheidsoordelen ook onder optimale omstandigheden geen garantie bieden voor de juistheid van de herinnerde informatie.4