De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/81:81 Afsluitende opmerkingen
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/81
81 Afsluitende opmerkingen
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS371388:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De verschillende visies op de functie(s) van bezoldiging zorgen voor een verstoord bezoldigingsdebat. De bezoldigingsdiscussie wordt daardoor op een weinig constructieve manier gevoerd, met wederzijds onbegrip als gevolg. Hierdoor blijven de daadwerkelijke vraagstukken over bezoldiging veelal onaangeroerd en worden wet- en regelgeving geïntroduceerd zonder precies voor ogen te hebben welk falen ze moeten repareren. De doelen zijn weliswaar duidelijk: (i) het tegengaan van excessen en perverse prikkels en (ii) het matigen van de bezoldigingsontwikkeling van de top. Welke (eventuele) onderliggende problemen er spelen, en of het (vennootschaps)recht het meest geschikte instrument is om deze problemen op te lossen, zijn echter vragen die eerst beantwoording behoeven om tot gefundeerde oplossingen te komen en niet te verzanden in symptoombestrijding of symboolpolitiek.
In het tweede deel van mijn boek wordt op zoek gegaan naar de schaduwzijde van het moderne bezoldigingsvraagstuk. Dit tweede deel is opgedeeld in twee onderwerpen die elk een eigen onderzoek verdienen: (i) de structuur en (ii) de hoogte van de bezoldiging van bestuurders.
In het onderzoek naar het eerste deelonderwerp wordt de pay-for-performancebenadering ontrafeld. Vervolgens wordt deze financieel-economische visie op het motiveren van bestuurders afgezet tegen de bevindingen op het toepassen van prikkels vanuit de (sociale) psychologie om uiteindelijk te concluderen hoe een bestuurder bezoldigd dient te worden.
Het onderzoek naar de hoogte van de bezoldiging begint met een theoretische analyse van de vraag of de bezoldigingsniveaus van bestuurders het gevolg zijn van onderhandelingen op armlengte afstand die leiden tot optimale contracten.
Vervolgens vindt een institutionele analyse plaats van de ontwikkeling van de bezoldigingsniveaus als uitvloeisel van een werkende of verstoorde markt voor bestuurders. Dit onderzoek wordt afgesloten met een conclusie over het vaststellen van de hoogte van de bezoldiging van de bestuurder, waarmee een benadering wordt gegeven van de wijze waarop zou moeten worden bepaald hoeveel een bestuurder zou moeten verdienen.