RFR 2025/89
Is de tussen partijen gesloten potovereenkomst een uitvoeringsovereenkomst of een nadere huwelijkse voorwaarde?
HR 06-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:852
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 juni 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, F.J.P. Lock, G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/03594
- Conclusie
A-G mr. F. Ibili
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD21618:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:852, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:296, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1053, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑10‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑09‑2023
- Wetingang
Art. 1:115, 6:3 lid 2 onder b BW; art. 150 Rv
Essentie
Huwelijksvermogensrecht. Procesrecht.
Is de tussen partijen gesloten potovereenkomst een uitvoeringsovereenkomst of een nadere huwelijkse voorwaarde? Heeft de man een vergoedingsrecht jegens de vrouw i.v.m. investeringen in de woning die eigendom was van de moeder van de vrouw, die daarvan later erfpachter werd? Hoe wordt bij de beoordeling van de vergoedingsaanspraak de bewijslast verdeeld?
Samenvatting
Partijen zijn in april 1996 met elkaar gehuwd, onder huwelijkse voorwaarden die een uitsluiting van gemeenschap van goederen en een periodieke verrekenplicht bevatten. Deze voorwaarden bepaalden onder meer dat echtgenoten verplicht zijn elkaar te vergoeden wat aan het vermogen van de één ten bate ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.