De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/184:184 De schaduwzijde van het bezoldigingsvraagstuk
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/184
184 De schaduwzijde van het bezoldigingsvraagstuk
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS369064:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van het onderzoek naar de schaduwzijde van het bezoldigingsvraagstuk zijn er twee kernproblemen te ontwaren die om een oplossing vragen. Het eerste kernprobleem heeft betrekking op de wijze waarop bestuurders bezoldigd worden en vindt haar neerslag in de structuur van de bezoldiging. Ondanks de intuïtieve aantrekkelijkheid van de pay-for-performancebenadering biedt zij in de praktijk slechts een schijnzekerheid die geenszins onschuldig is. Pay-for-performance komt niet alleen haar belofte niet na, maar heeft zelfs een destructieve uitwerking op het duurzame succes van de onderneming. Een herijking van de functie van bezoldiging is dan ook vereist.
Het tweede kernprobleem heeft betrekking op de wijze waarop de ex ante hoogte van de bezoldiging van bestuurders wordt bepaald. De ongefundeerde aanname van een efficiënt werkende markt voor bestuurders heeft gezorgd voor een overmatige externe oriëntatie bij het vaststellen van de hoogte van de bezoldiging. Het bepalen van de ex ante hoogte op basis van externe referentie zorgt voor een onrechtvaardige bezoldigingsontwikkeling met als gevolg dat de kloof tussen de top en de rest van de onderneming structureel toeneemt. Hierdoor ontvangen bestuurders niet alleen een hogere bezoldiging dan nodig, maar ontstaan er tevens ongezonde verhoudingen binnen ondernemingen die het risico in zich bergen dat de productiviteit van werknemers afneemt en de kosten toenemen vanwege demotivatie en een verminderde moraal. Uit het onderzoek naar de schaduwzijde van het bezoldigingsvraagstuk vloeit dan ook voort dat er tevens een herijking nodig is van de wijze waarop de ex ante hoogte van de bezoldiging van bestuurders wordt vastgesteld.
Voor het oplossen van beide kernproblemen is een ingrijpende cultuurverandering nodig. Twee intuïtief krachtige aannames dienen verworpen te worden door bestuurders, commissarissen én aandeelhouders. Bekende paden moeten worden verlaten op zoek naar een bezoldigingsideologie die past bij de specifieke onderneming en haar bestuurders. Het is daarbij de vraag welke rol het vennootschapsrecht momenteel speelt bij de bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen en welke bijdrage het vennootschapsrecht zou kunnen leveren aan het oplossen van de twee geïdentificeerde kernproblemen. Het derde deel zal gewijd zijn aan het onderzoek naar deze rol.